Brandblusser in de werkplaats: welk type en waar hangt hij

In je schuur of garage staat hout, verf, spuitbussen, een stapel snoeren en een lader met accu's erop. Het blusmiddel is bij de meeste mensen een emmer water of de tuinslang buiten. Een blusser ophangen is geen groot project, maar het type en de plek bepalen of hij daadwerkelijk iets voor je doet of alleen aan de muur hangt te verkleuren.
Brandklassen in gewone taal
Op elke blusser staan letters, en die letters zeggen waar hij voor gemaakt is. Klasse A is vaste stof: hout, papier, textiel, zaagsel. Klasse B zijn vloeistoffen: verf, thinner, terpentine, lijm, benzine. Klasse C is gas, klasse F is frituurvet en dat laatste komt in een werkplaats zelden voor. Elektriciteit is geen aparte klasse. Daarbij gaat het om de vraag of het blusmiddel stroom geleidt, en dat staat er meestal apart bij vermeld.
In een werkplaats heb je vrijwel altijd A en B tegelijk, want er ligt hout én er staat verf. Dat is de reden dat een blusser die alleen A doet, hier tekortschiet.
Welke blusser past in een werkplaats
- Schuim, voor A en B. Blust hout en vloeistoffen, richt relatief weinig schade aan en is goed te doseren. Nadeel: hij bevriest in een onverwarmde ruimte, tenzij je een vorstbestendige uitvoering koopt.
- Poeder, voor A, B en C. Werkt breed en heeft geen last van vorst, maar het poeder komt overal terecht en is agressief voor lagers, elektronica en gereedschap. Na een kleine brand ben je je machines dan alsnog kwijt.
- Koolzuursneeuw, ook wel CO2. Laat niets achter en is prettig rond elektra en elektronica. Er zit weinig blusstof in, het koelt slecht na, en in een kleine dichte ruimte verdringt het zuurstof.
- Blusdeken. Bedoeld voor een pan of voor kleding die vlam vat, niet voor een brandende kast of een stapel materiaal.
Voor de meeste thuiswerkplaatsen is een schuimblusser van zes liter de logische hoofdblusser, met poeder als alternatief wanneer de ruimte in de winter onder nul komt.
Een accubrand valt buiten dit rijtje
Een li-ion accu die op hol slaat, levert zijn eigen zuurstof en wordt van binnenuit heet. Je kunt de vlammen kortstondig doven, maar het proces in de cel gaat door en even later staat hij opnieuw in brand. Wat wel iets doet, is koelen met veel water, en dat is precies wat je met een handblusser niet lang genoeg kunt volhouden. Een blusdeken lost hier evenmin iets op.
Het realistische plan bij een accu die sist, rookt of walmt is dus: iedereen naar buiten, deur dicht, en bellen. De winst zit hier aan de voorkant. Laad op een onbrandbare ondergrond en niet op een stapel karton, houd de laadplek uit de buurt van verf en spuitbussen, en geef accu's een vaste plek waar ze niet tussen brandbaar materiaal liggen. Met accuhouders aan de wand hangen ze op een vaste, vrije plek in plaats van in een la met poetsdoeken.
De plek is het halve verhaal
Een blusser hoort bij de uitgang te hangen, op de looproute en in het zicht. Dat voelt onlogisch, want de brand ontstaat meestal bij de werkbank. Precies daarom hangt hij daar niet: je wilt hem kunnen pakken met het vuur voor je en de deur in je rug, en niet ernaartoe moeten lopen door de rook. Hang hem vrij en zichtbaar, dus niet achter de deur, niet achter een kast en niet onder een plank vol materiaal. Een greep op ongeveer een meter twintig hoogte pakt prettig weg.
Onderhoud en de vijf seconden die tellen
Kijk elke paar maanden even naar de manometer: de naald hoort in het groene vak te staan. Laat de blusser jaarlijks nakijken en houd de datumsticker in de gaten. Belangrijker nog is dat je hem één keer in je handen hebt gehad, want de eerste keer dat je de borgpen eruit trekt, wil je niet midden in een brand staan.
De volgorde is kort: pen eruit, van een paar meter afstand richten op de basis van de vlammen en niet op de vlam zelf, in korte stoten blussen en zorgen dat je tussen het vuur en de deur blijft. Spreek van tevoren met jezelf af wanneer je stopt. Is het na de helft van je blusser niet uit, dan laat je het, sluit je de deur en bel je 112. Dat besluit neem je nu, niet straks.