Aardlekschakelaar klapt eruit bij het starten van een machine

Het gebeurt altijd op hetzelfde moment. Je drukt de knop van de haakse slijper in, er klinkt een tik in de meterkast en de halve woning is stil. Je loopt naar de kast, zet de schakelaar terug en probeert het opnieuw. Voor je dat een derde keer doet, is het de moeite waard om uit te zoeken wat er precies is afgeschakeld, want dat bepaalt waar je moet zoeken.
Aardlek of automaat, dat is de eerste vraag
In de meterkast zitten twee soorten beveiliging naast elkaar. De aardlekschakelaar is de brede schakelaar met een testknop erop, meestal met de aanduiding 30 mA. Die bewaakt of alle stroom die de groep in gaat er ook weer uit komt. Lekt er onderweg iets weg naar aarde, bijvoorbeeld via een vochtige motor of via een mens, dan schakelt hij af. Valt de aardlek, dan gaan alle groepen erachter tegelijk uit, dus ook je verlichting en de koelkast in huis.
De automaat is de smallere schakelaar die bij een groep hoort. Die bewaakt hoeveel stroom er loopt. Valt alleen die ene groep weg terwijl de rest van het huis blijft branden, dan zat je aan overbelasting of kortsluiting, en dan is het een ander verhaal. Kijk dus altijd eerst welke schakelaar naar beneden staat voor je hem terugzet, want dat is het enige gratis stukje informatie dat je krijgt.
Waarom juist bij het inschakelen
Elektrisch gereedschap heeft ontstoringscomponenten aan boord die van nature een heel kleine stroom naar aarde laten weglopen. Bij één machine is dat verwaarloosbaar, maar lekstromen tellen bij elkaar op. Staan er drie apparaten aan dezelfde aardlek en zit er ook nog een frequentiegeregelde machine of een lange kabel bij, dan zit je al dicht tegen de grens van 30 milliampère aan. De machine die je als laatste aanzet, krijgt dan de schuld terwijl hij niet meer doet dan de emmer laten overlopen.
Daar komt bij dat een motor bij het opstarten kort veel meer trekt dan tijdens het draaien. Bij een automaat is die piek precies wat hem over de rand duwt, bij een aardlek verklaart hij de timing niet.
Vocht is de meest voorkomende oorzaak
In een schuur of buiten is vocht verantwoordelijk voor het grootste deel van de klachten. Een verlengsnoer dat in het natte gras ligt, een buitenstopcontact met een kapotte klep, een haspel die een winter buiten heeft gestaan: allemaal geven ze een lekweg naar aarde die er droog niet is. Hetzelfde geldt voor een machine die koud uit de bus komt en in een warme ruimte beslaat. Laat zo'n machine een halfuur acclimatiseren voor je hem aanzet.
Machines die op een vochtige betonvloer staan, trekken vocht op langs hun voet. Aan de wand blijven ze droger, en per merk zijn er passende gereedschaphouders die met twee schroeven vastzitten.
Zo vind je het apparaat dat het doet
Werk systematisch, dan ben je in een kwartier klaar:
- Trek alle stekkers uit de groepen achter de aardlek en zet hem in. Blijft hij vallen met alles eruit, dan zit het probleem in de vaste installatie en niet in je gereedschap.
- Steek de apparaten één voor één terug en zet ze ook echt aan. Wacht na elk apparaat even, want een lekstroom die net onder de grens zit valt pas als er iets bij komt.
- Gaat hij bij een bepaald apparaat direct om, dan heb je hem. Gaat hij pas om bij het derde apparaat terwijl elk apparaat los goed werkt, dan is het optelsom en niet één defect.
- Noteer welke combinatie het deed.
Wanneer je moet stoppen met resetten
Een aardlek die valt, doet zijn werk. Hem drie keer terugzetten en hopen dat het overwaait, betekent dat je een defect apparaat blijft gebruiken. Vind je een machine waarvan de behuizing warm wordt, die schokt bij aanraking of waarvan het snoer bij de tule beschadigd is, leg hem dan opzij tot hij gerepareerd is. Zit het probleem in de vaste installatie, dan houdt het zelf zoeken hier op en bel je een installateur.
Druk tot slot eens per maand de testknop van je aardlek in, met de machines uit. Springt hij netjes om, dan weet je dat de beveiliging zelf nog werkt. Doet hij niets, dan is dat het eerste wat je laat nakijken, nog voor je aan je gereedschap begint.