Accu's bewaren: zo doe je het goed

Een accu van een fatsoenlijk merk kost al snel meer dan de helft van wat je voor een losse machine betaalt. Toch behandelen veel klussers hun accu's als wegwerpartikel: los in de kofferbak, in de vrieskou in de bus, of maandenlang leeg in een la. Zonde, want met een paar simpele gewoonten haal je jaren extra uit elke accu. Het draait om drie dingen: temperatuur, laadniveau en een vaste plek.
Temperatuur: niet te warm en niet te koud
Lithium-ion cellen voelen zich het prettigst rond kamertemperatuur. Hitte is de grootste sluipmoordenaar: een accu die in de zomer achter de voorruit van de bus ligt, veroudert merkbaar sneller dan een accu die binnen op de plank ligt. Kou is minder schadelijk voor de levensduur, maar een koude accu levert tijdelijk minder vermogen en mag je niet zomaar snelladen. De praktische regel: bewaar accu's op een plek waar jij het zelf ook prima uithoudt. De schuur die 's zomers 40 graden wordt of 's winters vriest, valt daarmee af. Neem accu's in extreme periodes gewoon mee naar binnen.
Laadniveau: half vol de kast in
Een accu die lange tijd niet gebruikt wordt, bewaar je het best rond de 40 tot 60 procent lading. Vol opgeladen wegleggen zet de cellen onnodig onder spanning, en helemaal leeg wegleggen is riskanter: elke accu verliest langzaam wat lading, en zakt hij te diep weg, dan kan het beheersysteem hem definitief afkeuren. Bij accu's met een indicatie is dat makkelijk: twee van de vier lampjes is prima. Gebruik je een accu wekelijks, dan hoef je hier niet moeilijk over te doen. Dit advies geldt vooral voor reserveaccu's en voor gereedschap dat een seizoen stilstaat, zoals tuinmachines in de winter.
Een vaste, droge plek voorkomt de meeste schade
De meeste accu's sterven niet aan ouderdom maar aan een val op de tegels of aan vocht op de contacten. Een vaste bewaarplek lost dat grotendeels op:
- Droog en binnen, niet op de betonvloer waar condens en stof zich verzamelen.
- Contacten vrij van metaal: nooit los in een la met schroeven, bits of spijkers, dat kan kortsluiting geven.
- Op grijphoogte, zodat je niet hoeft te reiken of stapelen en er niets valt.
- Per accu een eigen plek, dan zie je in één oogopslag wat er is en wat mist.
Aan de wand gemonteerde accuhouders zijn hiervoor de nette oplossing: elke accu klikt vast, de contacten blijven vrij en je ziet meteen welke accu waar hoort. Dat werkt in de werkplaats net zo goed als op een multiplex wand in de bus.
Laden hoort bij bewaren
Ook het laden zelf verdient een vaste routine. Laad op een onbrandbare, droge ondergrond en niet bovenop een stapel karton. Haal een accu die klaar is van de lader als je hem lang niet nodig hebt. En laad een accu die net uit de vrieskou komt niet meteen op; laat hem eerst een uur op temperatuur komen. Merk je dat een accu warm wordt tijdens het laden zonder dat je hem zwaar gebruikt hebt, houd hem dan in de gaten en gebruik hem niet meer bij twijfel.
De routine in het kort
Maak er een gewoonte van: na de klus gaan alle accu's terug naar hun vaste plek, reserveaccu's staan half geladen binnen, en niets blijft in een hete of vriezende bus achter. Het kost je geen extra tijd zodra de plek er eenmaal is. Het resultaat merk je pas na een paar jaar, en dat is precies het punt: accu's die goed bewaard worden, zijn er dan nog steeds.