Kleurcodes in je werkplaats: wanneer helpen ze en wanneer verwarren ze

Je zag het bij een collega of een groter bedrijf: gele tape op alles wat in de bus hoort, groen voor de werkplaats, en iedereen ziet in een halve seconde waar iets thuishoort. Terug in je eigen schuur vraag je je af of jij dat ook moet doen. Het eerlijke antwoord: soms wel, vaak niet. Kleur is een krachtig middel voor een specifiek probleem, en wie dat probleem niet heeft, koopt er alleen extra werk mee.
Wat kleur oplost, en of jij dat probleem hebt
Kleur werkt sneller dan tekst. Een label moet je lezen, een kleur herken je vanuit een ooghoek, op afstand en met vieze handen. Dat voordeel betaalt zich alleen uit als er iets te onderscheiden valt dat je nu regelmatig fout ziet gaan: spullen die in de verkeerde ruimte belanden, gereedschap van twee mensen dat door elkaar raakt, of sets die compleet moeten blijven.
Daar zit ook de grens. Ben je de enige gebruiker en heb je één werkruimte, dan lost kleur niets op wat een vaste plek niet al doet. Kleur begint iets op te leveren vanaf twee gebruikers of twee werkplekken, bijvoorbeeld een bus en een werkplaats die spullen delen. Onder die grens kun je dit hele onderwerp met een gerust hart overslaan.
Kleur per merk, per gebruiker of per plek
Kleur per merk is de minst nuttige variant, want machines en accu's dragen hun merk al in hun eigen kleur en vorm. Daar iets overheen plakken voegt geen informatie toe. Wil je per merk overzicht, dan werkt een vaste plek per platform beter, zoals een rij accuhouders waar de accu's van één merk naast elkaar hangen.
Kleur per gebruiker werkt zodra twee of meer mensen uit dezelfde voorraad putten. Ieder zijn eigen kleur op handgereedschap en accu's, en de discussie over wiens hamer dat is, is voorgoed voorbij. Kleur per plek is de variant die het vaakst loont: alles wat in de bus hoort krijgt één kleur, alles van de werkplaats een andere. Bij het opruimen aan het einde van de week zie je dan meteen wat er is achtergebleven op de verkeerde plek.
Waar het misgaat
Het klassieke misbaksel is het systeem met te veel kleuren. Wie zes of zeven betekenissen aan kleuren hangt, bouwt een geheugenspel dat na een maand niemand meer foutloos speelt. Houd het bij hooguit drie of vier kleuren, en schrijf de betekenis op één kaartje dat zichtbaar in de werkplaats hangt, zodat het systeem niet in jouw hoofd woont maar aan de muur.
Andere valkuilen: kleuren kiezen die lijken op de merkkleuren van je machines, waardoor niemand meer weet of die gele tape nu iets betekent of gewoon geel is. En goedkope tape die na een jaar zon verbleekt, waardoor groen en geel niet meer uit elkaar te houden zijn. Gebruik tape of krimpkous van behoorlijke kwaliteit en vervang wat verkleurt.
Zo voer je het in zonder gedoe
Begin bij de spullen die daadwerkelijk wisselen tussen plekken of handen, niet bij de dingen die toch nooit van hun plek komen. Markeer op een rustige avond alles in één keer, want een half ingevoerd systeem is verwarrender dan geen systeem. Nieuw gereedschap krijgt zijn kleur op de dag van aankoop, anders groeit er vanzelf een ongemarkeerde middengroep waar niemand iets van weet.
Twijfel je na dit alles nog of kleurcodes iets voor jou zijn, kijk dan eerst een week naar wat er werkelijk misgaat in je werkplaats. Raakt er niets kwijt tussen plekken of personen, dan is je antwoord nee, en steek je die avond beter in vaste plekken voor de spullen die nu nog zwerven. Gaat er wel geregeld iets de verkeerde kant op, kies dan twee kleuren, één per plek of één per persoon, en breid pas uit als die twee zich bewezen hebben.