Klussen bij vijf graden: wat kou doet met lijm, kit en schuim

Je hebt de zaterdag vrijgehouden om de kozijnen te kitten en het is buiten vier graden. Je denkt: het regent tenminste niet. Twee weken later zit er een naad los, is de kitrand hier en daar wit uitgeslagen en laat een van de lijmverbindingen bij de eerste belasting los. Dat is geen pech en meestal ook geen slecht product. Vrijwel elk middel dat uithardt, doet dat via een chemische reactie of via verdamping, en allebei worden ze traag als het koud is.
Kou vertraagt de klok, en soms stopt hij
Als vuistregel loopt een chemische reactie ongeveer half zo snel bij tien graden minder. Een lijm die bij 20 graden in een uur klemvast zit, heeft bij 10 graden twee uur nodig en bij 5 graden nog langer. Dat is op zich niet erg, mits je die tijd ook geeft. Het gaat mis als je na de gebruikelijke wachttijd de klemmen eraf haalt, de stelling weghaalt of de deur weer belast.
Onder een bepaalde grens gebeurt er echter iets anders dan alleen vertraging. Watergedragen producten kunnen bevriezen, en dan is het product zelf kapot in plaats van traag. Kit die al deels afgebonden was en daarna bevriest, hecht nooit meer. Op vrijwel elke koker en elke fles staat de minimale verwerkingstemperatuur gedrukt, en die staat er niet voor de sier.
Bij kit telt de temperatuur van het oppervlak
De meeste kitten geven 5 graden als ondergrens op, gemeten aan de ondergrond en niet in de lucht. Dat verschil is groot. Een stenen dorpel of een aluminium kozijn dat de hele nacht buiten stond, is 's ochtends kouder dan de buitenlucht en blijft dat tot ver in de middag. Op zo'n koud oppervlak slaat bovendien vocht neer zodra het overdag zachter wordt, en kit hecht niet op een vochtfilm.
Voel daarom met je hand of meet met een infraroodthermometer. Kit liever in de late middag, als een gevel de dag heeft gehad, dan vroeg in de ochtend. En zorg dat de naad droog en stofvrij is: de kwaliteit van de hechting wordt in de eerste minuut bepaald, daarna kun je er niets meer aan doen.
Lijm, schuim en mortel
- Witte houtlijm hardt uit doordat het water eruit trekt. Bij kou en hoge luchtvochtigheid gaat dat traag, en onder de opgegeven grens blijft er een krijtachtige, poederige lijmnaad achter die geen kracht opneemt.
- Constructielijm en montagekit vragen doorgaans dezelfde 5 graden. Geef ze bij kou een dag extra voordat je iets ophangt.
- PU-schuim uit een bus heeft vocht nodig om uit te harden. Bevochtig de naad licht, maar nooit als er ijs op zit. Werk het schuim in dunnere lagen af dan je gewend bent.
- Mortel, lijmspecie en beton wil je onder 5 graden niet verwerken. Vriest het aanmaakwater, dan wordt de sterkte nooit meer wat hij had moeten zijn.
Een koude bus geeft de helft
Bij PU-schuim is de temperatuur van de bus zelf minstens zo bepalend als die van de ondergrond. In een koude bus staat minder druk en is het schuim stroperig. Je krijgt er merkbaar minder volume uit, het hecht slechter en het zakt na het opdrogen terug. Zet de bus daarom een nacht binnen, of warm hem vlak voor gebruik op in een emmer lauw water van ongeveer handwarm. Niet in heet water en niet bij een kachel, want de druk in de bus loopt dan te ver op.
Datzelfde geldt voor kokers kit. Een koker die je een half uur voor gebruik binnenhaalt, is aan de buitenkant warm en vanbinnen nog steenkoud. Een dag van tevoren naar binnen halen is het enige wat echt werkt, en het kost je niets meer dan een beetje vooruitdenken.
Neem ook je accu's mee naar binnen. Een accu die de nacht bij vijf graden doorbracht, levert de volgende ochtend minder dan diezelfde accu op kamertemperatuur, en je merkt dat het eerst bij het schroeven in hardhout. Een vaste plek binnen aan de wand in accuhouders zorgt dat ze meegaan naar binnen in plaats van in de bus of de schuur te blijven liggen. Plan bij vorst tot slot het werk dat geen chemie nodig heeft: zagen, schroeven, monteren en opruimen kunnen bij vijf graden prima door.