Luchtvochtigheid meten: welke waarde is nog veilig voor je gereedschap

Op een beitel zit een bruine waas en op de tafel van je zaag een dof plekje. De vraag die dan opkomt is of het aan die ene beitel ligt of aan de hele ruimte, en daar kom je niet uit met gevoel. Een werkplaats voelt in oktober altijd klam. Pas als je er een getal aan hangt, weet je of je iets moet doen en of wat je al deed ook werkte. Een hygrometer van een tientje is daarvoor genoeg, mits je weet hoe je hem leest.
Wat het percentage eigenlijk zegt
Op je meter staat relatieve luchtvochtigheid. Relatief betekent: hoeveel water er in de lucht zit, vergeleken met wat die lucht bij deze temperatuur kwijt kan. Dat tweede getal hangt volledig van de temperatuur af. Warme lucht kan veel water bevatten, koude lucht bijna niets. Daarom kan hetzelfde beetje water in je schuur op een zomeravond 55 procent opleveren en na een koude nacht 85 procent, zonder dat er ook maar een druppel bij gekomen is.
Dat verklaart ook waarom lucht die je opwarmt vanzelf droger meet, en waarom koude oppervlakken het probleem vormen. De lucht boven je werkbank kan best op 70 procent staan terwijl er niets gebeurt, en tegelijk slaat er water neer op een gietijzeren zaagtafel die nog van de nacht koud is. Wat je meet is de lucht. Wat roest is het metaal.
Welke grens je aanhoudt
- Onder 50 procent gebeurt er met staal praktisch niets. Dit is de waarde van een verwarmde ruimte.
- Tussen 50 en 60 procent is werkbaar. Blank metaal blijft goed als je het af en toe licht inolied.
- Boven 60 procent begint roestvorming merkbaar op gang te komen, en boven 70 procent gaat het snel. Dit is de zone waarin een onverwarmde schuur in het najaar staat.
- Onder ongeveer 35 procent krijg je het omgekeerde probleem: hout krimpt, verlijmde panelen trekken hol en houten stelen komen los te zitten.
De praktische streep ligt dus rond 60 procent. Zit je daar structureel boven, dan is dat geen kwestie van pech maar van een ruimte die vocht vasthoudt.
Controleer je meter voordat je hem gelooft
Goedkope hygrometers kunnen er flink naast zitten, en meestal weet je niet welke kant op. Er is een oude test die niets kost. Doe een bodempje keukenzout in een dopje, maak het net vochtig zodat het een pap wordt en zet dat samen met de meter in een goed afgesloten zak of pot. Laat het een uur of acht staan bij kamertemperatuur. Verzadigde zoutlucht komt uit op ongeveer 75 procent. Wijst je meter 68 aan, dan weet je dat je er voortaan zeven bij optelt. Wijst hij 74 aan, dan is hij prima.
Kies daarnaast een model met een geheugenfunctie voor de hoogste en laagste waarde. Wat je overdag afleest terwijl de deur openstaat en jij er warm binnen bent komen lopen, is niet de situatie waarin je gereedschap staat te roesten. Dat gebeurt om vier uur 's nachts.
Waar je meet, en waar niet
Hang de meter niet naast de deur, niet in de zon en niet boven een kachel. Die drie plekken meten de uitzondering. Hang hem op de plek die er echt toe doet, en dat is meestal midden in de ruimte op de hoogte waar je spullen liggen. Zet er een tweede neer op de vloer als je wilt weten of het onderin natter is, want dat scheelt in een schuur zonder vochtscherm zomaar tien procent.
Wat je van die getallen leert, ga je vervolgens gebruiken bij het inrichten. De droogste, meest stabiele lucht hangt op borsthoogte tegen een binnenwand. Dat is de plek voor je accu's, bijvoorbeeld aan de wand in accuhouders, en niet de vloer of het schap onder je werkbank. Meet een week lang op twee plekken, noteer elke ochtend de laagste temperatuur en het hoogste percentage, en je hebt daarna een lijstje waarmee je kunt beslissen of er echt een apparaat bij moet.