Werkbank verankeren in een betonvloer

Je zet je gewicht in de schaaf en de hele werkbank wandelt een stuk mee. Of je trekt de bovenste lade van je gereedschapskast open en het ding komt je tegemoet. Een bank of kast die schuift of kantelt los je zelden op met meer gewicht erin. Je lost het op door hem aan de vloer vast te zetten. Alleen is een betonvloer bijna nooit gewoon een blok beton, en juist dat bepaalt hoe je te werk gaat.
Dekvloer of constructievloer
Boven op de constructievloer ligt in de meeste garages, schuren en werkplaatsen nog een dekvloer. Die is vaak 5 tot 8 cm dik en soms zwevend uitgevoerd, op een laag isolatie. Zet je een anker alleen in die laag, dan hangt je bank aan een plaat die zelf kan werken. Bij een flinke zijwaartse duw scheurt zo'n anker de cementlaag open of trekt het er een conus uit. Je bank staat dan weer los, met een beschadigde vloer erbij.
Het verschil hoor en zie je meestal zonder iets te slopen. Tik met de steel van een hamer over de vloer: een zwevende dekvloer klinkt holler dan een vloer die vast op de ondergrond ligt. Kijk ook langs de wand. Steekt daar een randstrook isolatie onder de plint uit, dan ligt de dekvloer los van de constructie. Twijfel je, dan is een anker in de dekvloer altijd een compromis. Tegen schuiven werkt dat prima, maar reken er niet op dat het een kantelende kast tegenhoudt.
Nooit blind in een vloer boren
In een dekvloer ligt precies wat je niet wilt raken: vloerverwarming, elektraleidingen in buis en soms een waterleiding naar de kraan in de hoek. Een geraakte verwarmingsslang merk je meteen aan het water, een geraakte elektrabuis pas veel later. Zoek dus eerst uit wat eronder zit.
De simpelste methode bij vloerverwarming: zet de groep een uur aan en loop er daarna overheen met een infraroodthermometer, of met een warmtebeeldcamera als je die kunt lenen. De slangen tekenen zich af als warme banen. Plak ze af met schilderstape en teken je boorgaten daar ruim tussenin. Voor elektra en water helpt een leidingzoeker, al wordt die in gewapend beton onbetrouwbaar. Kun je het niet met zekerheid vaststellen, verschuif de bank dan een halve meter of zet hem vast aan de wand in plaats van aan de vloer.
Eerst waterpas zetten, dan pas verankeren
Een bank die je scheef vastschroeft, trek je krom. Laden gaan dan uit zichzelf open of ze klemmen, en een deur van een onderkast sluit niet meer. Werk daarom in deze volgorde. Zet de bank op zijn definitieve plek en draai de stelvoeten uit tot hij in de lengte en in de breedte waterpas staat. Heeft je bank geen stelvoeten, schuif dan metalen vulplaatjes onder de poten en geen houtsnippers, want die zijn na een maand plat.
Teken pas daarna de gaten af. Boor, zuig het boorstof uit het gat en zet de ankers erin. Draai aan tot de poot niet meer beweegt en stop dan, want doordraaien trekt de bank alsnog naar de vloer toe en daarmee scheef. Leg de waterpas er nog een keer op als alles vast zit. Hoe minder los materiaal er bovenop staat, hoe rustiger de bank blijft, en wat aan de wand kan hangen hoeft niet op je blad te liggen. Daar zijn gereedschaphouders voor bedoeld.
Ankers die je er later weer uit krijgt
Betonschroeven draai je er met een dop weer uit. Dat maakt ze de logische keuze in een huurpand, of als je nog niet zeker weet waar de bank definitief komt. Een keilbout of slaganker zit sterker en permanenter, maar krijg je er niet heel uit: die zaag je af en vijl je vlak. Boor het gat een centimeter dieper dan het anker lang is, dan heeft achtergebleven stof ergens heen te gaan, en houd de boordiameter aan die op de verpakking staat.
Ga je later weg, vul de gaten dan met reparatiemortel en niet met acrylkit, want die zakt in en blijft zichtbaar. Trek een week na de montage de bouten nog een keer na, want beton en anker zetten zich in die eerste dagen. Zet ook meteen een foto van de vloer met de afgetekende leidingen in je telefoon. De volgende keer dat je iets in die vloer wilt zetten, scheelt dat je een half uur zoekwerk.