De accu die je nooit gebruikt gaat vaak het eerst kapot

Achter in de kast ligt een accu die je ooit als reserve kocht. Twee keer gebruikt, daarna nooit meer nodig gehad. Nu heb je hem wel nodig en de lader doet er niets mee. Dat voelt scheef, want juist die accu heeft bijna geen werk verzet. Toch is het een bekend patroon: binnen een set is de accu die het minst draait vaak de eerste die afvalt. De reden is dat een accu niet alleen slijt door gebruik.
Er lopen twee klokken op elke accu
De eerste klok telt je gebruik. Laden en leegtrekken kost telkens een klein beetje capaciteit, en na genoeg rondjes merk je dat aan de looptijd. Dat is de slijtage waar iedereen aan denkt en waar je zelf iets van ziet.
De tweede klok telt gewoon de dagen. In een lithium-ion cel lopen langzame chemische processen door, ook als er niets op aangesloten zit. Daarbij groeit een laagje op het celmateriaal dat capaciteit vastlegt die je niet meer terugkrijgt. Die klok kun je niet stopzetten, alleen vertragen. Warmte laat hem sneller lopen en een cel die vol staat ook. Koel en half geladen is de rem die je zelf in handen hebt.
Een accu die je dagelijks gebruikt, slijt vooral aan de eerste klok. Een accu die drie jaar stil in een kast ligt, slijt aan de tweede, en die loopt door of je nu klust of niet.
Het tweede probleem van stilstand
Elke accu verliest langzaam lading als hij nergens in zit. Daar komt bij dat de elektronica in het pack zelf ook stroom gebruikt om te bewaken en te meten. Een accu die halfvol de kast in gaat, staat er na twee jaar dus een stuk lager bij dan je hem hebt weggelegd.
Zakt de spanning onder de grens die het beheersysteem accepteert, dan geeft het pack zichzelf niet meer vrij. De lader ziet iets wat hij niet vertrouwt en begint niet eens. Dat is geen storing maar een beveiliging, en die zit er niet voor niets: cellen die te diep leeg zijn geweest, kunnen bij het laden schade oplopen. Voor jou is het resultaat wel hetzelfde. De accu doet niets meer en is niet met een truc terug te halen.
Vol wegleggen helpt ook niet
De verleiding is om de reserve dan maar helemaal vol in de kast te leggen, zodat hij niet kan wegzakken. Daarmee ruil je het ene probleem in voor het andere: een cel die maandenlang vol staat, veroudert sneller dan een cel die halfvol staat. Voor een accu die lang stilligt is ergens tussen de 40 en 60 procent het rustigst. Op een meter met vier lampjes is dat twee lampjes.
De plek telt net zo hard mee. Een onverwarmde schuur die in de zomer oploopt en in de winter vriest, jaagt de kalenderklok aan. Binnen op een plank, in een ruimte waar jij het zelf prettig vindt, is beter voor een accu die een tijd niets te doen heeft.
Het rondje dat dit voorkomt
Je hoeft er weinig voor te doen. Zet vier keer per jaar een herinnering, bijvoorbeeld bij het begin van elk seizoen, en loop dan alle accu's langs die je niet in gebruik hebt:
- Druk op de meter en lees af hoe ver hij gezakt is.
- Staat hij op één lampje of minder, laad hem dan bij tot ongeveer de helft.
- Klik hem even in een machine en trek er wat mee, zodat je weet dat hij nog levert.
- Schrijf de datum van de controle met watervaste stift op een stukje tape op de accu.
Dat werkt alleen als je de reserve ook ziet. Een accu onderin een krat wordt vergeten, een accu die aan de wand hangt niet. Dat is de reden om ook je reserves in accuhouders te hangen en niet alleen de accu's die vandaag meegaan.
Wat dit betekent voor je volgende aankoop
De kalenderklok begint bij de productie, niet bij de eerste keer laden. Een tweede accu die je koopt om over twee jaar te gebruiken, is over twee jaar geen nieuwe accu meer. Koop reserves dus op het moment dat je ze ook echt gaat inzetten en laat ze daarna gewoon meedraaien in plaats van ze te sparen. Een accu die af en toe werk doet, blijft langer bruikbaar dan een accu die je bewaart voor later.