De lampjes op je accu: wat de capaciteitsmeter niet vertelt

Je begint aan een klus met drie van de vier lampjes op de accu. Twintig schroeven later valt de machine stil en staat de meter op leeg. Vijf minuten daarna druk je nog eens op het knopje en dan branden er zomaar weer twee. Er is niets bijgeladen en er is niets kapot. De meter liegt niet, maar hij meet iets anders dan jij denkt dat hij meet.
De meter kijkt naar spanning, niet naar inhoud
In een auto meet de brandstofmeter de vloeistof in de tank. In een accu valt er niets af te tappen of te peilen. Wat het pack wel kan meten is de spanning over de cellen, en daar wordt de weergave uit afgeleid. Bij een volle lithium-ion cel is die spanning hoger dan bij een lege, dus als vuistregel werkt dat prima.
Het probleem zit in het midden. Over een groot deel van de ontlading zakt de spanning maar heel langzaam, en pas tegen het einde valt hij snel weg. Een meter met vier standen verdeelt dus een vlak stuk over drie brede stappen en een steil stuk over één. Daarom blijven de eerste lampjes lang staan en gaat het laatste deel in een paar minuten voorbij.
Onder belasting zakt hij weg
Elke cel heeft inwendige weerstand. Trek je stroom, dan zakt de spanning aan de contacten meteen wat weg, en hoe zwaarder de machine trekt hoe dieper. Meet je vlak na een lange snede of een reeks stevige schroeven, dan lees je die ingezakte spanning af en zie je minder lampjes dan er nog in zit. Laat je de accu een paar minuten rusten, dan veert de spanning terug en staat de meter weer hoger.
Kou doet hetzelfde. In een koude bus is de inwendige weerstand hoger, dus zakt de spanning bij dezelfde belasting verder weg. Een accu die vroeg in de ochtend leeg lijkt, kan binnen na een half uur op temperatuur gewoon weer meedoen. Wie dat niet weet, legt zo een accu opzij die niets mankeert.
Waarom een oud pack te mooi weergeeft
Bij het ouder worden gebeuren er twee dingen. De capaciteit loopt terug en de inwendige weerstand loopt op. De vorm van de spanningscurve blijft ondertussen ongeveer gelijk. Een versleten accu kan dus keurig vier lampjes tonen en toch maar een deel van de oorspronkelijke looptijd hebben. Vol is nog steeds vol, alleen is de tank kleiner geworden.
Dat verklaart de klacht die je vaak hoort: vier lampjes en na tien minuten stil. De meter is niet stuk. Hij vertelt hoe hoog de spanning staat, niet hoeveel werk je nog te goed hebt. Bij een oude accu loopt het verschil tussen die twee steeds verder op, en juist daarom is de meter het slechtste gereedschap om te beoordelen of vervangen zin heeft.
Hoe je hem beter uitleest
- Lees af na rust en niet vlak na belasting. Een paar minuten wachten geeft een eerlijker beeld.
- Lees af op werktemperatuur, dus niet met een accu die net uit de kou komt of net van de lader af is.
- Gebruik de meter om te kiezen welke accu je pakt, niet om te voorspellen hoe lang je nog kunt doorwerken.
- Let op het gedrag in plaats van op het aantal. Een pack dat vier lampjes toont en na een korte reeks terugvalt naar één, is verder heen dan de rest van je set.
- Vergelijk je accu's onderling met dezelfde machine en dezelfde klus. Dat zegt meer dan de lampjes op zichzelf.
Wat wel een betrouwbaar beeld geeft
De eerlijkste maat is werk per lading: hoeveel schroeven, meters of sneden je uit een accu haalt bij hetzelfde soort werk. Dat is wat er echt in zit. Meet het één keer per accu op een rustige dag, schrijf het op en je hebt een referentie waar je jaren op kunt terugvallen. Over een jaar weet je dan of een accu achteruit is gegaan of dat de klus zwaarder was.
Praktisch scheelt het ook als je niet meer hoeft te drukken om te weten wat je pakt. Hang je accu's in accuhouders in een vaste volgorde, vol aan de ene kant en leeg aan de andere, en zet de lege er na gebruik altijd aan dezelfde zijde bij. Dan is de volgorde aan de wand je meter, en die klopt wel altijd.