Boorkop die slipt: dit zijn de oorzaken

De machine loopt, maar het gat wordt niet dieper. Je haalt de boor eruit en ziet een glimmende, ingesleten plek op de schacht. Soms kun je de boor zelfs met je vingers heen en weer draaien terwijl de kop dicht zit. Dat heet doorslippen, en het is bijna nooit pech. Er zijn vier oorzaken en ze zijn alle vier in een minuut na te lopen, zonder dat je iets uit elkaar hoeft te halen. Begin bij de goedkoopste.
Zit hij wel echt vast
Een snelspanboorkop klem je met de hand, en juist daar gaat het mis. De meeste koppen hebben een ratel die doorklikt zodra de klemkracht op is. Draai dus door tot je die klikken hoort, en trek daarna nog een keer na. Even belangrijk is hoe diep de boor erin staat. Het gladde deel van de schacht moet helemaal in de bekken zitten, niet de spiraal. Klem je op de spiraal, dan hebben de bekken alleen contact op de smalle ribbels en glijdt hij bij de eerste weerstand weg. Houd de boor recht terwijl je aandraait, zodat alle drie de bekken tegelijk pakken.
Bij machines met twee versnellingen komt daar nog bij dat het koppel in de lage versnelling zo hoog is dat een matig geklemde boor het simpelweg niet houdt.
De schacht van de boor
Een boorkop klemt op wrijving, dus alles wat de wrijving verlaagt maakt het erger. Een gladde, ronde HSS schacht met een dun laagje olie of zaagwas erop slipt eerder dan een schone. Veeg de schacht af voordat je hem inzet. Kijk daarna naar de schacht zelf: zitten er al ingeslagen groeven of bramen op van een eerdere keer, dan grijpen de bekken op die oneffenheden en niet meer over het hele vlak. Vijl de bramen weg of leg de boor apart voor grover werk.
Let ook op de verhouding tussen gat en schacht. Een houtboor van 25 millimeter met een schacht van 8 millimeter vraagt veel koppel over een klein klemvlak. Voor dat soort boren bestaan schachten met platte vlakken of een zeskant, en die slippen niet omdat ze niet alleen op wrijving werken maar ook op vorm. Datzelfde geldt voor bits met een zeskantschacht, en met een bithouder op de machine zelf pak je in twee tellen de goede maat.
Bekken die niet meer klemmen
Kijk in de kop terwijl je hem opendraait. De drie bekken horen gelijk uit elkaar te lopen en bij het sluiten precies tegelijk in het midden bij elkaar te komen. Zie je dat een bek achterblijft, of dat er een spleet blijft staan als je hem helemaal dichtdraait, dan zit er gruis of hars tussen de geleiding. Dat gebeurt vooral als je met een open kop in steen of gips hebt geboord: het fijne stof komt er via de voorkant in.
Schoonmaken kan zonder demontage. Draai de kop helemaal open, blaas hem droog uit, borstel de bekken af en beweeg hem daarna een aantal keer helemaal open en dicht. Een enkele druppel dunne olie op de buitenkant van de bekken is genoeg. Blijf van de binnenkant af waar de boor klemt, want daar wil je juist wrijving. Zijn de klemvlakken zichtbaar afgerond of glad gesleten, dan is de kop op. Losse boorkoppen zijn per merk te koop.
Als de kop zelf meedraait op de as
Er is nog een geval dat je makkelijk verwart met slippen: de boor zit muurvast in de kop, maar de hele kop draait op de as van de machine. Je herkent het aan een knarsend of tikkend geluid vlak achter de kop en aan het feit dat er niets aan de klemming te verbeteren valt. De kop is dan losgelopen op de schroefdraad of van de conus. In veel machines zit binnenin een borgschroef met linkse draad, die je dus rechtsom losdraait.
Wil je zeker weten waar de slip zit, zet dan met een viltstift een streepje op de boorschacht en trek dat door op de rand van de kop. Boor een gat en kijk naar de streepjes. Lopen ze uit elkaar, dan slipt de boor in de bekken. Staan ze nog gelijk maar is het gat niet dieper geworden, dan ligt het niet aan je kop maar aan de boor of de machine erachter.