← Terug naar blog Gereedschap · 3 min leestijd

Boren in beton, hout en metaal: welke boor waarvoor

Headerkaart met de titel: Boren in beton, hout en metaal: welke boor waarvoor

Een boor is een boor, denken veel beginnende klussers, tot de eerste keer dat een houtboor vastloopt in een stalen profiel of een metaalboor wegglijdt over beton. Elk materiaal vraagt zijn eigen boortype, en gelukkig zijn ze makkelijk uit elkaar te houden als je weet waar je op let. Hieronder de drie hoofdgroepen, hoe je ze herkent en wanneer je welke pakt.

Houtboren: de punt in het midden verraadt ze

Een houtboor herken je aan het centreerpuntje in het midden van de kop. Dat puntje prikt in het hout en houdt de boor exact op zijn plek, zodat je zonder wegglijden kunt starten. Aan weerszijden zitten vaak twee snijranden die de vezels aan de buitenkant van het gat eerst doorsnijden, wat een strakke gatrand geeft.

Binnen de houtboren heb je een paar smaken. De gewone spiraalboor met centreerpunt is de allrounder voor gaten tot een centimeter of tien diep. De speedboor (dat platte, spadevormige model) boort snel grote gaten maar levert een ruwere rand. De slangenboor is voor diepe gaten in balken, en de Forstnerboor voor vlakke, precieze potgaten zoals bij scharnieren. Boor je hout met een metaalboor, dan lukt dat wel, maar het gat wordt rafelig en de boor loopt eerder heet.

Metaalboren: taps toelopende punt, geheel van HSS

Een metaalboor heeft geen centreerpunt maar een kegelvormige kop met een punthoek van meestal 118 of 135 graden. Ze zijn gemaakt van HSS (sneldraaistaal); betere varianten hebben een cobaltlegering of een titaniumcoating voor hardere metalen en langere standtijd. Omdat de punt geen houvast heeft, glijdt hij op glad metaal makkelijk weg: sla daarom altijd eerst een putje met een centerpons, of boor voor met een dunne boor van 3 of 4 mm en werk daarna op maat.

Bij metaal geldt: laag toerental en stevige, gelijkmatige druk. Hoe groter de boor, hoe lager het toerental. Een druppel snijolie bij staal houdt de boor koel en scherp. Komt er blauw verkleurd krulspaan uit, dan draai je te snel of duw je te weinig. En zet het werkstuk vast; dun plaatwerk dat mee gaat draaien verandert in een rondvliegend mes.

Steenboren: de hardmetalen kop steekt uit

Steen- en betonboren herken je aan het opgelaste hardmetalen plaatje op de kop, dat iets breder is dan de spiraal erachter. Dat plaatje hakt het steen kapot terwijl de spiraal het gruis afvoert. Deze boren snijden niet, ze verbrijzelen, en daarom werken ze pas goed met de klopstand van een klopboormachine of, in beton, met een boorhamer.

Hier zit ook het belangrijkste onderscheid: een gewone steenboor met cilindrische schacht past in een normale boorkop en is prima voor baksteen en kalkzandsteen. Voor gewapend beton wil je een boorhamer met SDS-plus opname en bijpassende SDS-boren; die hameren vele malen harder en boren moeiteloos waar een klopboor blijft steken. Een steenboor in hout of metaal gebruiken heeft geen zin: het plaatje snijdt niet en je perst er hooguit een lelijk gat mee.

Snel kiezen in de praktijk

  • Hout en plaatmateriaal: houtboor met centreerpunt, hoog toerental, klopstand uit.
  • Staal, aluminium, rvs: HSS-metaalboor, laag toerental, centerpons vooraf, klopstand uit.
  • Baksteen en kalkzandsteen: steenboor, klopstand aan.
  • Beton: SDS-boor in een boorhamer.
  • Tegels en glas: aparte tegelboor of diamantboor, langzaam en zonder klop.

Nog één tip die veel gedoe voorkomt: houd de drie soorten gescheiden in je opbergsysteem. Wie hout-, metaal- en steenboren door elkaar in één bakje gooit, pakt op de tast gegarandeerd een keer de verkeerde, en een steenboor die één keer door multiplex gejaagd is, boort daarna nergens meer lekker. Drie gescheiden vakken of houders, gesorteerd op diameter, en je ziet in één blik of je set compleet is en wat vervangen moet worden. Scherpe boren van het juiste type maken het verschil tussen vechten met je machine en gewoon een net gat boren.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →