Gereedschap schoonmaken en onderhouden

Goed gereedschap gaat zelden kapot aan gebruik. Het gaat kapot aan wat er na het gebruik gebeurt: stof dat in de motor blijft zitten, hars dat op het zaagblad aankoekt, vocht dat in een dichte koffer zijn werk doet. Onderhoud hoeft geen middagvullend ritueel te zijn. Vijf minuten na elke klus en twee vaste beurten per jaar houden een gemiddelde set gereedschap tientallen jaren in conditie.
De vijf minuten na elke klus
Maak er een vaste afsluiting van, net als opruimen:
- Blaas of borstel stof uit de ventilatiesleuven van je machines. Opgehoopt stof isoleert de motor en laat hem heter draaien dan de bedoeling is.
- Veeg zaagbladen, boren en bits schoon en droog. Vooral na werk in vochtig hout of buiten telt dit dubbel.
- Controleer snoeren en accu's kort op beschadigingen; een beginnende breuk zie je nu, niet volgende keer onder tijdsdruk.
- Leg alles terug op de vaste plek, zodat de volgende klus zonder zoeken begint en je meteen ziet of er iets op de klus is blijven liggen.
Gebruik voor het uitblazen bij voorkeur een handblazer of stofzuiger in plaats van je longen, en draag een bril; wat uit een machine komt, wil je niet in je oog.
Snijdend gereedschap: schoon is bijna scherp
Veel zaagbladen en frezen die bot lijken, zijn vooral vies. Hars en lijmresten op de tanden verhogen de wrijving, waardoor het blad heter wordt en sneller echt bot slijt. Week aangekoekte bladen in een harsoplosser of desnoods warm sodawater, borstel ze schoon met een messing borstel en droog ze goed. Beitels en messen houd je scherp met een paar streken over een wetsteen op het moment dat ze net iets minder gretig snijden; wie wacht tot iets echt bot is, mag slijpen in plaats van wetten. Een druppel kruipolie of naaimachineolie op scharnierpunten van tangen en scharen voorkomt dat ze stroef worden.
De halfjaarlijkse grote beurt
Plan twee vaste momenten per jaar, bijvoorbeeld bij het ingaan en uitgaan van de winter, en loop dan alles na:
- Haal machines uit koffer of houder en maak ze helemaal schoon, inclusief de boorkop en de zool van zagen en schuurmachines.
- Controleer koolborstels bij oudere machines en vervang ze als ze aan hun eind zitten; het is klein, goedkoop werk dat een motor redt.
- Loop alle accu's na: contacten schoon, geen scheuren of bolling, en de looptijd nog acceptabel. Accu's die je maanden niet gaat gebruiken, berg je ongeveer half geladen op.
- Behandel blank staal met een dun laagje olie of onderhoudsspray tegen roest.
- Vervang wat versleten is: uitgebeten bits, gerafelde schuurbanden, het zaagblad dat al twee beurten meegaat. Versleten toebehoren maakt goede machines slecht.
Wie dit bijhoudt, komt zelden nog voor verrassingen te staan en ziet defecten aankomen in plaats van dat ze midden in een klus toeslaan.
Opbergen als onderdeel van onderhoud
De beste schoonmaakbeurt is weggegooid geld als het gereedschap daarna terug de vochtige kist op de betonvloer in gaat. Droog en luchtig opbergen is de helft van het onderhoud. Hangend aan de wand droogt gereedschap na gebruik snel op, zit het niet tegen ander staal aan te schuren en zie je in één oogopslag de staat van je spullen; machines hang je daarvoor in een gereedschaphouder van hun eigen merk. Wat wel in koffers woont, geef je een zakje silicagel mee en een plek op een schap in plaats van op de vloer. Scherp gereedschap bergt je zo op dat de snede nergens tegenaan ligt: een beschermkap om het zaagblad, beitels in een rol of rek.
Onderhoud is uiteindelijk vooral een kwestie van ritme. De klusser die vijf minuten na elke klus investeert en twee keer per jaar een uur, werkt altijd met materiaal dat doet wat het moet doen, en koopt aantoonbaar minder vaak nieuw.