In de voeg of in de steen boren: wat houdt beter

Je zet je boor op het streepje en ziet dat het net op de rand van een voeg valt. Doorschuiven kan niet, want dan staat je houder scheef. De vraag die dan opkomt is even oud als metselwerk zelf: mag ik gewoon in de voeg boren, of moet dat per se in de steen? Het antwoord hangt af van drie dingen: wat voor voeg het is, welke kant de belasting op werkt en wat voor steen ernaast zit.
Eerst kijken wat voor voeg je hebt
Zet de punt van een schroevendraaier in de voeg en duw. Krast er alleen wat stof af, dan heb je een harde cementvoeg, en daar kun je in werken. Kruimelt de voeg weg of kun je er met matige kracht een gat in prikken, dan heb je een zachte kalkvoeg of een uitgesleten voeg. Die geeft een plug niets om tegenaan te klemmen. Let ook op welke voeg je voor je hebt. De horizontale lintvoeg is meestal netjes volgemetseld en is vaak zo'n tien tot twaalf millimeter dik. De verticale stootvoeg is dat lang niet altijd, en daar zit soms zelfs lucht achter. Een boorgat dat halverwege in het niets verdwijnt komt bijna altijd uit een stootvoeg.
Trekken of afschuiven: dat maakt het verschil
Hier zit de kern. Hangt er iets aan de muur dat vooral naar beneden trekt langs de wand, dan werkt de belasting als afschuiving en steunt de plug over zijn hele lengte op materiaal. Daar doet een goede cementvoeg het prima. Trekt de last recht van de muur af, bijvoorbeeld bij een beugel die ver uitsteekt of een plank waar je aan hangt, dan moet de klemkracht van de plug het werk doen. Voegmortel is zachter dan steen, dus die klemkracht kruipt weg en de plug komt er langzaam uit. Dezelfde bevestiging kan in de voeg dus jarenlang houden voor iets lichts en binnen een maand loskomen zodra er trek op komt.
Wanneer de voeg juist de betere keuze is
Er zijn situaties waarin je bewust de voeg kiest. Bij oude handvormsteen of een broze, verweerde gevelsteen breekt het oppervlak eerder uit dan de mortel ernaast. Bij een harde geglazuurde klinker glijdt je boor weg en scheurt de kop af. Bij holle snelbouwstenen tref je in de steen vaak alleen lucht. En bij betegeld werk boor je in de voeg om de tegel heel te houden. In al die gevallen geldt: kies dan wel de lintvoeg, boor in het midden van de voeg en niet tegen de steen aan, en houd de belasting licht. Een houder met een machine erin is goed te doen, een zware beugel niet.
Misgegaan? Zo herstel je het zichtbaar netjes
Een verkeerd gat in een voeg is beter te repareren dan een gat in de steen, en dat is een reden te meer om in twijfelgevallen de voeg te kiezen. Krab de voeg rond het gat een centimeter of anderhalf diep uit, blaas het stof eruit en maak de ondergrond licht nat. Vul aan met voegmortel in de kleur van de rest, druk goed aan en werk hem af in hetzelfde profiel als de omliggende voegen, dus plat, hol of terugliggend. Verse mortel droogt lichter op dan hij nat lijkt, dus beoordeel de kleur pas na een dag.
Twijfel je nog steeds, boor dan een proefgat op een onopvallende plek in dezelfde voeg en probeer een plug met schroef. Voelt hij bij het aandraaien meteen zacht en meedraaiend, dan weet je genoeg voordat je het echte gat zet.