Klemmen en lijmtangen: welke set is slim

Er is een oude werkplaatswijsheid die zegt dat je nooit genoeg klemmen kunt hebben. Daar zit veel waarheid in, maar wie voor het eerst een set aanschaft, verdwaalt snel in het aanbod: lijmtangen, eenhandklemmen, veerklemmen, schroefklemmen en lange spanners in elke maat. Het goede nieuws: met een kleine, doordachte basisset dek je vrijwel elke klus af. Dit zijn de typen die het verschil maken en de maten die je echt gebruikt.
De vier typen die je moet kennen
- Eenhandklemmen. Deze span je met een knijpbeweging aan, terwijl je andere hand het werkstuk vasthoudt. Ze leveren minder kracht dan een schroefklem, maar de snelheid en het feit dat je een hand vrijhoudt maken ze tot het meest gepakte type in de meeste werkplaatsen. Veel modellen zijn om te bouwen tot spreider, handig bij het uit elkaar drukken van delen.
- Schroefklemmen (lijmtangen). De klassieker met spindel en houten of kunststof greep. Ze leveren veel klemkracht en houden die urenlang vast, precies wat je bij verlijmen wilt. Nadeel is dat aanbrengen twee handen en wat tijd kost.
- Veerklemmen. Grote knijpers voor licht werk: iets tijdelijk fixeren, een mal op zijn plek houden, een snoer wegzetten. Goedkoop en verrassend vaak nuttig.
- Lange spanners. Voor kozijnen, kastjes en werkbladen heb je lengte nodig. Pijpklemmen of lange lijmtangen vanaf een meter zijn geen dagelijks gereedschap, maar als je ze nodig hebt is er geen alternatief.
Zo stel je een slimme basisset samen
Klemmen gebruik je bijna altijd in paren; één klem trekt een werkstuk scheef. Koop ze dus per twee. Een basisset die de meeste klussers jaren vooruit helpt:
- Vier eenhandklemmen met zo'n 15 tot 30 centimeter spanwijdte, voor het dagelijkse fixeer- en stelwerk.
- Twee schroefklemmen rond de 30 centimeter, voor serieuze klemkracht bij het verlijmen.
- Vier veerklemmen in gemengde maten, voor het lichte werk.
Merk je dat je vaak grotere werkstukken maakt, breid dan pas uit met twee lange spanners. Uitbreiden op basis van een concreet project werkt beter dan vooraf gokken welke maten je ooit nodig hebt.
Waar je op let bij het kopen
Het prijsverschil tussen klemmen zit vooral in de details die je pas na een paar maanden merkt. Let hierop:
- De rail en de spindel. Een klem die onder spanning doorbuigt of terugglijdt, is geen klem. Test in de winkel of de klem zijn spanning vasthoudt.
- Beschermkappen op de bekken. Zachte kappen voorkomen drukplekken in je werkstuk. Zonder kappen leg je overal restjes hout tussen, en die schuiven weg op het verkeerde moment.
- Kleminstelling met één hand. Bij eenhandklemmen bepaalt de ontgrendelknop het werkplezier. Een hakerige ontgrendeling gaat je dagelijks irriteren.
- Spandiepte. De afstand tussen rail en het midden van de bek bepaalt hoe ver een klem het werkstuk op kan. Voor het klemmen midden op een plank heb je diepe bekken nodig.
Bewaar ze waar je ze pakt
Klemmen zijn onhandig van vorm en verdwijnen daardoor snel in een kist of emmer, waar ze in elkaar haken tot een frustrerende kluwen. Hang ze liever op: over een lat, aan een rail of in een houder aan de wand, gesorteerd op maat. Dan zie je in één oogopslag welke maat er vrij is en pak je met één beweging het juiste paar. Een lat met haken of een strook multiplex met uitsparingen op maat maak je in een half uur zelf. Nog een voordeel van zichtbaar ophangen: je ziet meteen wanneer er klemmen op een klus zijn achtergebleven, want een lege plek aan de wand valt op en een lege plek in een emmer niet.
Begin dus klein, koop per twee en hang ze op. De rest van de verzameling groeit vanzelf mee met je projecten, en dat is precies de volgorde waarin het hoort.