Een rij houders op een lijn: aftekenen, mal en afstandslatje

Een enkele houder ophangen doet iedereen op gevoel, en meestal gaat dat goed. Bij acht of tien naast elkaar werkt dat niet meer. Elk verschil in hoogte zie je pas als ze er allemaal hangen, en dan zie je niets anders meer. Een rij vraagt een andere aanpak dan een los voorwerp: je bepaalt eerst het systeem en pas daarna boor je het eerste gat.
Eerst een doorgaande lijn, dan pas een gat
Zet over de hele breedte een lijn, niet twee losse punten. Met een kruislijnlaser gaat dat het snelst, maar een slaglijn of een lange lat met een waterpas erop werkt ook. Zet de lijn op de hoogte van de bovenkant van de bevestiging, dus niet op de hoogte van de machine die erin komt. Trek hem ruim door tot voorbij de laatste houder, zodat je aan het eind nog kunt corrigeren. Controleer die lijn ook tegen de vloer en het plafond. Loopt de vloer af, dan wil je weten of je de lijn waterpas houdt of hem bewust met de ruimte laat meelopen. In een garage of schuur oogt meelopen met een duidelijk scheve vloer vaak rustiger dan strikt waterpas.
Het afstandslatje in plaats van telkens meten
Maak een latje van een meter of anderhalf en zet daar de hartafstanden op die je wilt aanhouden. Dat latje leg je tegen de lijn en je tekent in een keer meerdere posities af. Je meet dus een keer goed en zet die maat daarna alleen nog over. Werk je met een houder die twee schroefgaten heeft, zet dan beide gaten op het latje, of gebruik een houder zelf als mal en teken door de gaten heen af. Dat scheelt niet alleen tijd, het haalt ook de kans weg dat je bij nummer zeven het meetlint een millimeter verkeerd aflegt.
Kleine fouten stapelen op
Hier zit de valkuil van het latje. Als je elke keer vanaf het vorige streepje verder werkt en je zit er telkens een millimeter naast, dan sta je bij de tiende houder een centimeter uit koers. Dat zie je terug als een groeiende scheefstand tegenover een kastdeur of een kozijn. Voorkom dat zo: meet de totale lengte van de rij vooraf uit, zet het eerste en het laatste punt vast met het meetlint en gebruik het latje alleen voor de posities daartussen. Klopt het laatste streepje van het latje niet precies met je eindpunt, dan verdeel je het verschil over de rij in plaats van het aan het eind te laten zitten.
De breedste machine bepaalt de tussenruimte
Meet niet de houder maar de machine, en dan op zijn breedste punt. Bij accugereedschap zit dat meestal ter hoogte van de accuvoet of de handgreep, niet bij de kop. Neem de breedste machine uit de reeks als maat en tel daar minstens twee centimeter lucht bij op, zodat je er met een handschoen aan tussen kunt en niet elke keer de buurman meeneemt. Hang je zwaardere machines liever wat verder uit elkaar, dan houd je de rij toch strak door met een vast raster te werken: twee vakken voor een grote machine, een vak voor een kleine. Welke houders je nodig hebt volgt daarna vanzelf, en met de samensteller reken je meteen door of een pakket van vijf of tien voordeliger uitkomt dan losse stuks.
Nog een gewoonte die zich terugbetaalt: teken de hele rij af, loop er dan bij weg, drink iets en kijk er opnieuw naar voordat je boort. Potloodstrepen kosten niets, gaten in de verkeerde hoogte kosten een middag.