← Terug naar blog Gereedschap · 3 min leestijd

Torx, Phillips of Pozidriv: schroefkoppen uitgelegd

Headerkaart met de titel: Torx, Phillips of Pozidriv: schroefkoppen uitgelegd

De helft van alle dolgedraaide schroefkoppen komt door één misverstand: Phillips en Pozidriv zien er op het eerste gezicht hetzelfde uit, maar het zijn twee verschillende systemen. Wie een PH-bit in een PZ-schroef zet, vermaalt langzaam beide. Tijd om de drie grote schroefkopfamilies eens goed uit elkaar te trekken, want met de juiste bit in de juiste kop schroef je strakker en houden je bits het vele malen langer vol.

Phillips: het klassieke kruis

Phillips (afkorting PH) is de oorspronkelijke kruiskop: vier rechte gleuven die naar het midden toe iets taps toelopen. De maten lopen van PH0 (fijn elektronicawerk) via PH1 en PH2 (de meest voorkomende) tot PH3 voor grove schroeven.

Phillips is bewust ontworpen om de bit bij te hoog koppel uit de kop te laten glijden, het beruchte cam-out effect. In de tijd van handmontage aan de lopende band was dat een beveiliging, in de tijd van krachtige accuschroefmachines is het vooral een bron van beschadigde koppen en krassen in het werkstuk. Je vindt PH tegenwoordig vooral op machineschroefjes, elektra-installatiemateriaal en veel bouwbeslag uit Noord-Amerika en Azië.

Pozidriv: het kruis met de extra streepjes

Pozidriv (PZ) is de doorontwikkeling van Phillips. Kijk goed naar de kop: tussen de vier hoofdgleuven zie je vier dunne extra streepjes onder 45 graden. Dat is hét herkenningsteken. De flanken van de gleuven lopen bij PZ evenwijdig in plaats van taps, waardoor de bit veel meer contactvlak heeft en pas veel later uit de kop klimt.

In Europa is PZ de standaard voor houtschroeven en spaanplaatschroeven; PZ2 is met afstand de meest gebruikte maat. En hier zit de valkuil: een PH-bit past ogenschijnlijk in een PZ-kop en andersom, maar de flanken raken elkaar dan maar op een paar puntjes. Onder belasting walsen die puntjes af en is de kop verpest. Kijk dus op de doos of de schroefkop: staat er PZ, pak dan de PZ-bit. De bits zelf herken je aan de opdruk en aan de dunne extra ribbetjes tussen de vleugels.

Torx: de ster die niet uitschiet

Torx (TX, officieel een zeslobbige ster) is het systeem waar de professionele houtbouw massaal naartoe is gegaan, en met reden. De kracht wordt overgebracht via zes vlakken die vrijwel haaks op de draairichting staan. Daardoor is er nauwelijks cam-out, hoef je veel minder hard aan te drukken en kun je hogere koppels kwijt zonder schade. Constructieschroeven, vlonderschroeven en veel kwaliteitshoutschroeven zijn tegenwoordig TX.

De gangbare maten zijn TX10 tot TX40, met TX20 en TX25 als veelgebruikte middenmoot voor houtschroeven. Let wel op de juiste maat: een TX20-bit draait in een TX25-kop mee zonder grip en beschadigt de fijne lobben. Naast Torx kom je nog verwante systemen tegen zoals Torx Plus en bij sommige merken eigen varianten, maar het principe blijft gelijk: past de bit zonder speling, dan zit je goed.

Cam-out voorkomen: drie praktijkregels

Welk systeem er ook op de doos staat, met deze drie regels houd je koppen en bits heel:

  1. Match systeem én maat: PZ2 in PZ2, TX25 in TX25. Een goed passende bit klemt licht in de kop en valt er niet zomaar uit.
  2. Druk in lijn met de schroef: cam-out ontstaat vooral als je scheef of te licht aandrukt. Duw stevig door, zeker bij kruiskoppen.
  3. Vervang bits op tijd: afgeronde vleugels of afgebroken sterpuntjes betekenen einde oefening, hoe nieuw de bit ook oogt.

Praktisch georganiseerd werkt dit het prettigst met een klein vast assortiment binnen handbereik: PH1 en PH2, PZ1 tot en met PZ3, en TX10 tot en met TX30 dekken vrijwel elke klus. Geef die set een vaste plek bij je schroefmachine, bijvoorbeeld in een houder uit de collectie bithouders, en je grijpt nooit meer op goed geluk een bit die "er wel ongeveer in past". Precies daar begint elke dolgedraaide kop namelijk.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →