← Terug naar blog Klustips · 3 min leestijd

Trekkracht of afschuifkracht: waarom uitstekend gewicht zwaarder telt

Headerkaart met de titel: Trekkracht of afschuifkracht: waarom uitstekend gewicht zwaarder telt

Dezelfde muur, dezelfde plug, dezelfde schroef, en toch zit de ene bevestiging na jaren nog muurvast terwijl de andere binnen een maand begint te wiebelen. Het verschil zit zelden in het materiaal. Het zit in de richting waarin de last aan je schroef trekt. Zodra iets van de wand af steekt, verandert een deel van het gewicht in trekkracht, en dat is precies de richting waar pluggen het slechtst tegen kunnen.

Twee richtingen waarin een schroef belast wordt

Hang je een lat plat tegen de muur en zet je daar iets op, dan werkt het gewicht langs de wand naar beneden. De schroef wordt dan afgeschoven, dus dwars op zijn as belast. Dat kan een schroef goed hebben, want de plug wordt in het gat geklemd en het materiaal eromheen duwt terug. Steekt de last naar voren, dan probeert het gewicht de bovenkant van je bevestiging van de wand af te kantelen. Nu wordt de schroef in de lengte naar buiten getrokken, en moet de plug het alleen hebben van de wrijving en de spreiding in het gat. Diezelfde plug houdt in die richting veel minder.

De arm bepaalt hoe zwaar het wordt

Hoeveel trek er ontstaat, hangt af van de afstand tussen de wand en het zwaartepunt van wat je ophangt. Die afstand is de arm. Meet hem niet tot de voorkant van je machine maar tot ongeveer het midden van de massa, dus bij een boormachine in een houder tot waar het motorblok en de accu samen hun gewicht hebben. Meet daarna de verticale afstand tussen je bovenste en je onderste schroef. Die twee getallen samen vertellen je alles: hoe groter de arm en hoe kleiner de afstand tussen de schroeven, hoe harder er aan de bovenste getrokken wordt.

Een rekenvoorbeeld dat het zichtbaar maakt

Stel dat je iets ophangt van 3 kilo waarvan het zwaartepunt 20 centimeter uit de wand ligt, en dat je twee schroeven gebruikt die 8 centimeter boven elkaar zitten. Het kantelmoment is dan 3 keer 20. Dat moment wordt opgevangen door het schroevenpaar over hun onderlinge afstand van 8 centimeter. De trek op de bovenste schroef komt daarmee uit op 3 keer 20 gedeeld door 8, dus ongeveer 7,5 kilo. Aan die ene schroef trekt dus ruim twee keer het gewicht van wat er hangt, terwijl de onderste schroef juist tegen de wand geduwd wordt. Verklein je de arm naar 10 centimeter, dan halveert die trek. Vergroot je de afstand tussen de schroeven naar 16 centimeter, ook.

Wat je daarmee doet bij het ophangen

Uit die som volgen een paar praktische keuzes:

  • Hang zware spullen zo dicht mogelijk tegen de wand. Elke centimeter minder arm scheelt direct trek op de bovenste schroef.
  • Kies bevestigingspunten die ver uit elkaar liggen in de richting waarin gekanteld wordt, dus bij een uitstekende last verticaal in plaats van naast elkaar.
  • Kies je plug op de bovenste schroef, niet op het totale gewicht. Die schroef is de maat der dingen.
  • Draai het geheel strak aan tegen de wand, want speling laat de last eerst een stukje kantelen voordat de bevestiging pakt, en dat maakt de klap groter.

Waarom dit bij accugereedschap zo speelt

Een machine aan de wand is het schoolvoorbeeld van een uitstekende last. Het zwaartepunt zit vaak bij het motorhuis of bij de accu, en dat is nooit vlak tegen de muur. Een schroefmachine in een houder weegt weinig, maar een boorhamer of een grote accu telt door. Kijk daarom bij het ophangen niet alleen naar het gewicht op de doos, maar ook naar hoe ver het van de wand af komt te hangen. Gereedschaphouders zet je met twee schroeven vast, en de onderlinge afstand tussen die twee punten is wat de trek verdeelt. Zorg dat ze allebei in dezelfde deugdelijke ondergrond zitten, dan hangt ook een zware machine rustig.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →