Accu's in de zomer: volle zon en een gloeiend hete bus

De bus staat sinds negen uur in de volle zon en je pakt om vier uur een accu van de plank. Hij is te warm om prettig vast te houden. Je klikt hem in de machine, want je moet verder, en aan het eind van de dag gaat hij zo de lader in. Dat is de dag waarop een accu het meeste inlevert, en je merkt er op dat moment helemaal niets van.
Kou kost vermogen, hitte kost capaciteit
In de winter zie je meteen dat een accu minder doet: minder koppel, kortere looptijd en soms een machine die eerder terugvalt. Wordt hij weer warm, dan is dat grotendeels terug. Kou is dus vooral een tijdelijk ongemak, zolang je een koude accu niet meteen zwaar belast of oplaadt.
Hitte werkt anders. Bij een hoge celtemperatuur versnellen de chemische processen in de cel, en dat geldt ook voor de processen die capaciteit kosten. Wat je daar kwijtraakt, komt niet terug als de accu is afgekoeld. Een zomer lang achter de voorruit is daarom duurder dan een winter lang in een koude schuur. En de effecten stapelen: een accu die warm van de zon komt, wordt tijdens zwaar werk nog warmer en gaat daarna ook nog de lader in.
Waar het in de bus echt heet wordt
Een gesloten laadruimte in de zon werkt als een oven. De zon warmt het plaatwerk op, dat plaatwerk warmt de lucht op en die lucht kan nergens heen. Binnen die ruimte zijn de verschillen groot, en daar kun je gebruik van maken:
- Hoog bij het dak en tegen de zonzijde is het het warmst, want warme lucht stijgt en het dak straalt naar beneden.
- Laag bij de vloer aan de schaduwzijde blijft het het koelst, zeker als die vloer op de buitenlucht ligt.
- Achter de voorruit en op het dashboard is het extreem, want daar komt directe instraling bij.
- In een dichte kist of tas is het warmer dan ernaast, omdat de warmte er wel in komt en niet uit.
Hang accu's in de zomer dus laag en aan de kant die de minste zon vangt, en niet in de bovenste rij tegen het dak. Vaste plekken helpen, want wat los ligt verhuist in de drukte vanzelf naar de verkeerde hoek. Met accuhouders op de plek die jij hebt uitgezocht, blijven ze daar ook echt. Wie zijn bus in de schaduw kan zetten of met de neus naar de zon kan parkeren, wint daar bovenop nog een slag.
Op de steiger en op het dak
Buiten is het niet de luchttemperatuur maar de directe zon die het werk doet. Een donker accupack dat op een plat dak of op een steigerplank in de zon ligt, wordt fors warmer dan de lucht eromheen. Leg reserveaccu's daarom in de schaduw: onder een emmer, achter een stapel materiaal of onder een lichte doek.
Let ook op de machine zelf. Een accu die in een machine zit die in de zon ligt, wordt van twee kanten opgewarmd. Leg gereedschap in de pauze dus niet plat in de zon, maar op zijn kant in de schaduw.
Laden op een warme dag
Hier valt de meeste winst te halen, want laden voegt zelf ook warmte toe. Drie regels die het meeste opleveren:
- Laad geen accu die je niet comfortabel in je hand kunt houden. Laat hem eerst een kwartier of langer staan waar lucht langs kan.
- Laad niet in een dichte bus die in de zon staat. Wat er dan in gaat, gaat er warm in.
- Zet de lader vrij en niet in een kast of onder een doek, zodat hij zijn eigen warmte kwijt kan.
Weigert een lader te beginnen na een hete dag, dan is dat geen storing maar de temperatuurbeveiliging die precies doet waar hij voor zit. Wachten is dan het enige juiste antwoord.
Het rondje aan het eind van een hete dag
Maak er in de zomer een gewoonte van dat accu's na de laatste rit niet in de bus achterblijven. Neem ze mee naar binnen, laat ze een half uur staan en laad daarna pas. Werk je een paar dagen niet, laat ze dan niet vol in de warmte staan maar rond de helft binnen. Bij elkaar kost dat drie minuten per dag, en het grijpt precies in op de momenten waarop hitteschade ontstaat: de dagen dat je er niet bij nadenkt.