← Terug naar blog Businrichting · 3 min leestijd

Bus inrichten zonder gaten te boren: wat werkt

Headerkaart met de titel: Bus inrichten zonder gaten te boren: wat werkt

In het contract van een leasebus staat dat je hem in oorspronkelijke staat inlevert. Bij een huurbus of een bus die over twee jaar weer verkocht wordt speelt hetzelfde. Toch wil je niet elke dag je gereedschap uit losse kratten opdiepen. Er kan meer zonder boren dan de meeste mensen denken, en tegelijk is er een punt waar niet boren gewoon niet meer veilig is. Die twee naast elkaar zetten is het hele verhaal.

Begin bij wat er al in zit

Vrijwel elke bestelbus heeft bevestigingspunten die de fabrikant er met opzet in heeft gezet:

  • Sjorogen in de laadvloer, bedoeld om lading vast te zetten en berekend op flinke kracht.
  • Blindklinkmoeren of moerplaatjes in de zijwand, vaak verstopt achter een dopje of onder de bekleding.
  • Een sjorrail langs de wand of de vloer, waar je met railmoeren aan kunt bouwen.
  • Bestaande bouten van de bekleding, die je soms kunt vervangen door een langere bout met een beugel eronder.

Deze punten zijn geen tussenoplossing. Ze zitten in de constructie en niet in los plaatwerk, dus ze zijn vaak sterker dan wat je zelf zou maken. Loop de laadruimte een keer helemaal langs met een lamp voordat je iets koopt, dan weet je wat je te werken hebt.

Een drager die op zichzelf staat

De praktische oplossing is meestal een tussenlaag: een plaat multiplex tegen de wand of een frame op de vloer, dat zelf vastzit aan de bestaande punten of klemt tussen vloer en dak. Daar schroef je vervolgens alles aan wat je wilt, zonder ooit het plaatwerk van de bus te raken. Als de bus terug moet, draai je een handvol bouten los en gaat de inrichting er in één stuk uit. Op zo'n plaat komen gereedschaphouders en accuhouders gewoon met twee schroeven vast, want die schroeven gaan in jouw plaat en niet in de bus.

Let bij een klemmend frame op twee dingen. Het moet ook bij een stoot van onderaf op zijn plek blijven, dus klemkracht alleen is niet genoeg zodra er gewicht aan hangt. En het dak van een bestelbus is dun, dus verdeel de druk over een lat in plaats van het frame met een puntbelasting tegen het plaatwerk te zetten.

Wat lijm en tape wel en niet doen

Dubbelzijdige montagetape en constructielijm hebben hun plek, maar die plek is kleiner dan de verpakking suggereert. In een bus krijgen ze drie dingen tegelijk voor de kiezen: hitte in de zomer waardoor de lijm zachter wordt, vocht en condens in het najaar, en trilling die de hele dag doorgaat. Daar komt bij dat niets goed hecht op een stoffige of gecoate ondergrond, dus ontvetten is geen optionele stap.

Bruikbaar: een kabelgoot, een lijstje, een klein bakje, een stuk isolatie, een strip klittenband voor iets lichts. Niet bruikbaar: alles wat zwaar is of wat bij hard remmen naar voren wil. Een machine van een paar kilo die losraakt komt in een korte remweg met zoveel kracht aan dat een dun schot hem niet tegenhoudt.

Waar de grens ligt

De eerlijke test is simpel. Stel je voor dat je bij vijftig kilometer per uur voluit moet remmen. Alles wat dan naar voren komt hoort vast te zitten aan iets dat die kracht kan opnemen: de sjorogen, de rail of een doorgaande bevestiging. Haal je dat met de bestaande punten niet, dan is een telefoontje naar de leasemaatschappij of de verhuurder de betere route. Veel maatschappijen staan een nette inbouw gewoon toe of hebben er afspraken over, en dan mag je boren zonder dat het je bij inlevering geld kost.

Bewaar de dopjes, de originele bouten en de bekleding die je losneemt in een gelabelde zak die in de bus blijft. Maak tijdens het inbouwen een foto van elk bevestigingspunt dat je gebruikt. Als de bus na drie jaar terug moet, bouw je hem in een uur uit en is er niets aan te zien.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →