Leasebus: wat mag je erin schroeven en wat niet

Ergens in een map zit het leasecontract, en de meeste mensen lezen het pas als de bus opgehaald wordt. Op dat moment gaat het gesprek over schade en over de staat waarin je inlevert, en dan is het te laat om nog iets aan je inrichting te veranderen. Het loont om die twee bladzijden vooraf te lezen, want ze bepalen wat je in de laadruimte wel en niet mag vastschroeven. En anders dan veel mensen aannemen is het antwoord niet automatisch nee.
Waar het contract over gaat
In vrijwel elk leasecontract staat dat je het voertuig teruggeeft in de staat waarin je het kreeg, met aftrek van normale gebruikssporen. Een kras in de laadvloer valt daar meestal onder, boorgaten in de zijwand niet. Verder staat er bijna altijd een bepaling over wijzigingen aan het voertuig, en dat is de zin waar een inbouw onder valt. De formulering verschilt per maatschappij, maar het komt er in de kern op neer dat wijzigingen zijn toegestaan na toestemming van de eigenaar.
Een detail dat vaak misgaat: de eigenaar is de leasemaatschappij, niet je werkgever en niet de dealer waar de bus vandaan komt. Ook bij een contract waarbij jij alle kosten draagt blijft het hun voertuig. Toestemming van je eigen baas of een losse opmerking van een verkoper is dus niet de toestemming waar het bij inlevering om gaat.
Vraag het na en zet het op papier
Een mail naar je contactpersoon met een concrete vraag levert vaker een ja op dan mensen verwachten. Houd hem kort en specifiek: wat je wilt monteren, waar in de laadruimte, met welke bevestiging, en dat je bij inlevering alles terugbouwt. Vraag er expliciet bij of gaten in zijwand en vloer daarbij zijn toegestaan, en of ze werken met een vaste inbouwpartij. Dat laatste is nuttig, want een inbouw die zij zelf goedkeuren geeft bij de eindafrekening geen discussie.
Wat je terugkrijgt bewaar je bij het contract. Een bevestiging per mail is genoeg om later gedoe te voorkomen, een telefoongesprek is dat niet, ook niet als je de naam van degene die je sprak opschrijft. Krijg je voorwaarden terug, lees dan of er iets in staat over doorboren naar buiten, over de vloer en over hoe gaten bij inlevering dicht moeten.
Als het antwoord nee is
Dan bouw je demontabel, en dat is minder beperkend dan het klinkt. De kern: je maakt één drager die zelf vastzit aan wat er al in de bus zit, en alles wat jij monteert komt uitsluitend aan die drager. In het plaatwerk van de bus verandert dan niets.
- Gebruik de sjorogen in de vloer en de fabrieksmoeren in de zijwand als aanknopingspunt.
- Maak een vloerplaat of wandplaat die je met een handvol bouten vastzet en in één stuk uitneemt.
- Schroef je houders, laden en bakken alleen in die plaat, nooit erdoorheen tot in de bus.
- Houd alle bouten in dezelfde maat, dan is uitbouwen straks een kwestie van één dopsleutel.
Op zo'n plaat gaan gereedschaphouders gewoon met twee schroeven vast, en verhuizen ze bij het inleveren mee naar je volgende bus. Let er wel op dat de drager zelf berekend is op het gewicht dat eraan hangt, want de beperking zit in wat je aan bevestigingspunten hebt, niet in wat je erop schroeft.
Denk aan het einde voor je begint
Zet de inleverdatum in je agenda en zet er drie maanden eerder een herinnering bij. Dan bouw je terug op een rustige zaterdag in plaats van de avond ervoor. Bewaar vanaf dag één alles wat je losneemt: afdekdopjes, originele bouten, een stuk bekleding. Leg het in een doos die in de bus blijft en schrijf erop wat erin zit.
Er gaat ook aan de voorkant vaak iets mis. Veel leasebussen zijn niet nieuw als jij ze krijgt. Zitten er al gaten in de zijwand of in de vloer van een vorige gebruiker, dan wil je die vastgelegd hebben voordat jij ermee gaat rijden. Loop bij aflevering de laadruimte langs met je telefoon, fotografeer elk gat en elke deuk en stuur de foto's dezelfde dag naar je contactpersoon. Dat kost tien minuten en het is het enige bewijs dat je twee jaar later nog hebt.