Nieuwe bus, oude inrichting: wat neem je mee en wat niet

De nieuwe bus staat voor de deur en de oude staat nog vol. Tussen die twee zit een week waarin je gereedschap in kratten door je gang staat, en hoe korter die week duurt hoe beter. De verleiding is groot om de complete inrichting over te zetten zoals hij is. Dat lukt zelden helemaal, en het is bovendien niet altijd wat je wilt, want je oude indeling bevat waarschijnlijk een paar keuzes waar je al twee jaar aan loopt te ergeren.
Wat vrijwel nooit past
Alles wat op de vorm van je oude bus is gezaagd, gaat niet zomaar mee. Wielkasten liggen anders, de vloer loopt anders toe, de zijwanden hebben andere uitsparingen en het gat van de schuifdeur begint op een andere hoogte. Concreet betekent dat:
- De vloerplaat, met uitsparingen die er in de nieuwe bus centimeters naast liggen.
- Wandplaten die tot in de hoeken zijn ingepast.
- Kastjes die tegen de wielkast aan gebouwd zijn of daar overheen lopen.
- Een schot of scheidingswand die op de vorm van de oude cabine is gemaakt.
Zelfs bij dezelfde uitvoering van hetzelfde model is de kans klein dat het overal klopt. Reken er dus op dat je het platte plaatwerk opnieuw maakt en begroot daar materiaal voor.
Wat je bijna altijd meeneemt
Alles wat op zichzelf staat en met schroeven of bouten vastzit gaat mee. Laden, bakken, een klein kastje, de verlichting, de sjorbanden en alle houders. Gereedschaphouders en accuhouders zitten met twee schroeven vast: draai ze los, hang ze op je nieuwe plaat en klaar. Ze zijn gemaakt op de vorm van je machine en je accu, niet op de vorm van je bus, dus daar verandert bij een verhuizing niets aan.
Zet ze alleen niet blind in dezelfde volgorde terug. Dit is het enige moment waarop verplaatsen je niets kost, want je hangt ze toch al opnieuw op.
Neem je fouten niet mee
Loop voor je begint een keer je oude bus door met een notitieblok en schrijf op wat je stoort. Vrijwel iedereen komt op dezelfde lijst uit: de machine die je het vaakst pakt hangt te ver naar voren, de accu's zitten aan de kant waar je met volle armen niet bij kunt, en er is een plank die alleen bereikbaar is als je helemaal de bus in klimt.
Drie vragen bepalen daarna de nieuwe indeling. Wat pak je meer dan vijf keer per dag, en hangt dat binnen armbereik vanaf de deur? Wat heb je het afgelopen halfjaar niet aangeraakt, en waarom rijdt dat nog mee? En sta je meestal met de achterdeuren of met de schuifdeur naar het werk toe? Dat laatste bepaalt welke zijde het zwaarste gebruik krijgt. De keuzehulp loopt met je langs welke houders bij jouw machines en accu's horen, zodat je in één keer compleet bestelt in plaats van in drie rondes.
De overzetting zelf
Werk in deze volgorde, dan sta je onderweg nooit stil.
- Fotografeer de oude inrichting van alle kanten voordat je iets losdraait, ook de achterkant van kasten en de kabelloop.
- Doe de schroeven en bouten per onderdeel in een gelabeld zakje. Alles bij elkaar in één bak kost je later een uur zoeken.
- Haal de oude platen er in één stuk uit en gooi ze niet weg. Ze zijn de beste mal die je hebt voor de vorm van je nieuwe platen, ook al kloppen de buitenranden niet.
- Bouw eerst de vloer, dan de wandplaten, dan pas de houders, kasten en verlichting.
- Rijd een week met de helft van je houders gemonteerd en zet de rest daarna pas vast.
Dat laatste is geen uitstel. Waar iets echt moet hangen, weet je pas als je er een paar dagen mee hebt gewerkt.
Houd bij de verkoop of inlevering van je oude bus rekening met de tijd die terugbouwen kost. Schroefgaten in het plaatwerk vallen op bij een taxatie, en een bus die van binnen kaal en heel is doet het beter dan een bus met een halve inrichting die de koper er eerst uit moet slopen. Pak de dopjes en de originele bouten erbij die je destijds hebt bewaard en zet de zaak in een middag terug, voordat je hem laat zien.