Accu's in een bus met gasflessen en brandbaar materiaal

De fles staat rechtop tegen de wand, de brander ligt ernaast en de accu's van de schroefmachine liggen in de bak daar weer naast. Zo blijft het de hele nacht in de bus staan en zo rijd je er de volgende ochtend mee de stad in. In de meeste busindelingen is nagedacht over waar het gereedschap hangt, maar niet over wat er naast wat ligt. Bij dakwerk is dat juist de vraag die de indeling bepaalt.
Warmte is het probleem, niet de vlam
Lithium-ion accu's verouderen sneller naarmate ze warmer worden bewaard, en dat verlies aan capaciteit komt niet meer terug. Een gesloten bus in de zon wordt binnen een paar uur duidelijk warmer dan de buitenlucht, en bij dakwerk komt daar materiaal bij dat zelf warm de laadruimte in gaat. Het tweede punt is minder alledaags maar wel de reden om afstand te houden: bij een accu die beschadigd is nemen de risico's toe naarmate hij warmer wordt. Een accu die tegen een gasfles aan ligt naast net gebruikt brandmateriaal, ligt op de verkeerde plek.
Praktisch betekent dat twee dingen. Ten eerste hoort er echte ruimte te zitten tussen de plek van de fles en de plek van de accu's, en niet alleen een stuk karton ertussen. Ten tweede telt de kant van de bus mee. De zijde die de hele middag in de zon staat is een andere plek dan de zijde die in de schaduw van het gebouw ligt, en dat verschil voel je als je aan het eind van de dag een accu vastpakt.
De fles heeft zijn eigen regels
- Rechtop vervoeren en vastzetten, zodat hij niet kan kantelen of rollen.
- Kraan dicht en beschermdop erop tijdens het rijden, slang en brander losgekoppeld.
- Zorg voor ventilatie in de laadruimte, want propaan is zwaarder dan lucht en zakt naar de vloer.
- Niet opbergen in een dichte kist onderin, waar gas zich kan verzamelen zonder dat je het ruikt.
- Geen losse lading tegen de fles aan die tijdens het rijden kan gaan schuiven.
Waar de accu's dan wel liggen
Geef ze een vaste plek voorin tegen de scheidingswand, hoog aan de zijwand en uit direct zonlicht. Voorin, omdat dat het verst van de fles en van de achterdeuren ligt, waar het warme materiaal binnenkomt. Hoog, omdat de vloer de plek is waar gas naartoe zakt en waar vocht en vuil blijven liggen. Uit het zonlicht, omdat een accu achter een ruit sneller opwarmt dan de rest van de laadruimte. Een rij accuhouders op die wand houdt ze bovendien los van elkaar en houdt de contacten vrij van rondslingerend metaal.
Warm materiaal en laden onderweg
Gereedschap dat net gebrand heeft en materiaal dat warm is gaan niet meteen mee naar binnen. Laat ze afkoelen op een onbrandbare ondergrond, niet op een bak met poetsdoeken of tegen een rol dakbedekking aan. Datzelfde geldt voor de brander zelf, want die gloeit na nadat je hem hebt uitgezet.
Laad je onderweg, doe dat dan niet naast brandbaar materiaal en niet in een gesloten kist. Een lader wordt warm en heeft lucht nodig. Een accu die net van een warm dak komt gaat vaak toch niet meteen laden, omdat de lader op temperatuur wacht, dus zet hem eerst even in de schaduw. Laat een lader ook niet draaien in een bus die de hele dag dicht in de zon staat; dan werk je twee warmtebronnen tegen elkaar in.
Maak er tot slot één vaste handeling van aan het eind van de dag: de fles gaat eruit of staat geborgd op zijn eigen plek, en de accu's gaan mee naar binnen. Dat kost een halve minuut, en het is het enige moment van de dag waarop je er nog rustig de tijd voor hebt.