Een deur afhangen zonder frustratie

Een deur afhangen staat bekend als een klus waar je humeur op stukloopt. Dat komt zelden door de deur zelf en bijna altijd door de volgorde: te vroeg zagen, te veel schaven en dan passen wat er nog te redden valt. Draai het om. Wie eerst meet en past, en pas daarna materiaal weghaalt, hangt een deur in een paar uur strak in het kozijn.
Eerst meten: het kozijn is de baas
Meet het kozijn op drie punten in de breedte (boven, midden, onder) en op twee punten in de hoogte. Noteer de kleinste maten, want daar moet de deur doorheen. Controleer met een waterpas of het kozijn te lood staat en of de bovendorpel waterpas is. Een oud kozijn dat scheef staat, is geen ramp, maar je moet het wél weten voordat je gaat zagen.
Reken vanaf de kozijnmaat de deurmaat uit. Houd rondom een kier aan van ongeveer 2 tot 3 millimeter langs de stijlen en de bovenkant. Onder de deur hangt de ruimte af van de vloer: boven een afgewerkte vloer zonder drempel is 5 tot 10 millimeter gangbaar, en meer als er ventilatie onder de deur door moet voor bijvoorbeeld een badkamer.
Passen, aftekenen en pas dan materiaal weghalen
Zet de deur in het kozijn op twee wiggen of een deurtiller en bekijk waar hij aanloopt. Teken de zaag- of schaaflijn af met een potlood en een lange lat of rei, nooit op het oog. Moet er meer dan een paar millimeter af, dan zaag je met een cirkelzaag langs een geleider en werk je de zaagkant na met de schaaf. Gaat het om minder, dan is de schaaf of een schuurmachine met grove korrel het juiste gereedschap.
Twee regels voorkomen de klassieke fouten. Haal materiaal in dunne lagen weg en hang de deur tussendoor terug om te passen, want terugplakken kan niet. En verdeel het weghalen over beide zijden als er veel af moet, anders komt het slot of de scharnierzijde uit het midden te zitten.
Scharnieren inlaten: hier zit het vakwerk
Standaard krijgt een binnendeur drie scharnieren. De bovenste zit ongeveer 15 tot 20 centimeter uit de bovenkant, de onderste 20 tot 25 centimeter uit de onderkant, de derde in het midden of iets daarboven. Zitten er al scharnierinkassingen in het kozijn, dan neem je die posities over op de deur.
- Teken elk scharnierblad scherp af met een potlood of kraspen, zowel de omtrek als de dikte op de zijkant van de deur.
- Snijd de omtrek in met een scherp mes of steek hem in met de beitel, dan scheurt de rand niet uit.
- Haal de inkassing weg met een beitel, of met een bovenfrees met aanslag als je er meerdere moet maken.
- Het scharnierblad moet vlak liggen met het hout. Te diep ingelaten betekent een deur die klemt aan de scharnierzijde en zichzelf open duwt.
- Boor de schroefgaten voor met een dun boortje, precies in het midden van elk gat, anders trekt de schroef het scharnier scheef.
Hangen en stellen
Hang de deur met één schroef per scharnier en test. Sluit hij netjes, dan draai je de rest van de schroeven erin. Loopt hij ergens aan, kijk dan eerst naar de kieren voordat je gaat schaven. Een kier die bovenaan breed is en onderaan smal, wijst op een scharnier dat te diep of niet diep genoeg zit. Dat los je op met een stukje karton achter het scharnierblad of door iets bij te steken, niet met de schaaf.
Pas als de kieren rondom gelijkmatig zijn en de deur nog ergens aanloopt, schaaf je die plek plaatselijk bij. Werk bij de hoeken altijd van buiten naar binnen, zodat je geen hout uit de rand scheurt.
Afwerken en onderhouden
Geschaafde en gezaagde kanten wil je afwerken met lak of grondverf, ook de onderkant. Kaal hout neemt vocht op, en een deur die in de winter klemt en in de zomer past, heeft bijna altijd een onbehandelde kant. Draai na een paar weken de scharnierschroeven nog eens na, en je hebt een deur die jarenlang soepel sluit zonder slepen, klemmen of piepen.