Huren, lenen of kopen: hoe vaak moet je iets gebruiken

Voor een klus van één weekend sta je te twijfelen bij een machine die daarna misschien jaren stil komt te liggen. Kopen voelt definitief, huren voelt als weggegooid geld, en lenen hangt af van wat je buurman toevallig heeft. De vraag die deze knoop doorhakt is niet welke machine de beste is, maar hoe vaak je hem de komende jaren werkelijk gaat gebruiken. En dat is een som die je gewoon kunt maken.
De kale rekensom
Deel de aanschafprijs door de huurprijs per dag. De uitkomst is het aantal huurdagen waarna kopen goedkoper wordt. Reken met de prijzen die voor jou gelden en wees eerlijk over de koopkant: bij een accumachine zonder accu's moet je accu's en lader meetellen als je die niet al hebt, en die verdubbelen het bedrag makkelijk. Schat vervolgens hoeveel dagen per jaar je de machine echt zult gebruiken, niet hoeveel dagen je je kunt voorstellen. Deel het aantal huurdagen uit de som door je jaarschatting en je weet in hoeveel jaar kopen zich terugverdient.
Komt daar een terugverdientijd uit van vele jaren, dan is het antwoord meestal huren. Kom je binnen een of twee jaar uit de kosten, dan wijst alles naar kopen. Daartussen beslist de rest van dit verhaal.
De verborgen kosten van bezit
De aanschafprijs is niet de hele rekening. Een machine die je bezit neemt ruimte in, en ruimte is in een schuur of bus schaars: elk apparaat dat stof vangt staat op een plek waar iets nuttigs had kunnen liggen. Bezit vraagt onderhoud, want ook een ongebruikte machine wil af en toe aandacht. En bij accugereedschap loopt er een kostenpost die veel mensen vergeten: accu's verouderen ook als ze niets doen, gewoon op de kalender. Wie een machine met twee accu's koopt voor twee klussen per jaar, betaalt over een paar jaar opnieuw voor accu's die vooral hebben liggen wachten.
Tel daar waardedaling en het risico van diefstal bij op, en de conclusie is nuchter: bezit is pas goedkoop als het gebruikt wordt.
Wat lenen echt kost
Lenen lijkt gratis, maar heeft zijn eigen prijskaartje. De machine is er niet altijd op het moment dat jij hem nodig hebt, je kent de staat en het onderhoud niet, en er hangt een relatie aan vast: iets kapot terugbrengen kost meer dan geld. Voor een incidentele klus bij iemand die je goed kent is lenen prima, zeker als je de machine schoner en met een klein bedankje terugbrengt. Als vaste oplossing voor terugkerend werk is het dat niet, want dan leun je structureel op andermans spullen en agenda.
Wanneer kopen wint
Kopen wint bij alles wat terugkeert. Gereedschap dat je elke maand pakt, verdient zich niet alleen in geld terug maar ook in beschikbaarheid: het hangt er gewoon als je het nodig hebt. Kopen wint ook sneller als de machine op je bestaande accuplatform past, want dan koop je alleen het kale apparaat en doen je huidige accu's het werk. Huren wint bij zwaar en zeldzaam: het soort machine dat je eens in de paar jaar nodig hebt, huur je in een zwaardere uitvoering dan je ooit zou kopen, en het onderhoud is het probleem van de verhuurder.
Wil je hier een gewoonte van maken: houd vanaf nu bij welke machines je huurt of leent en wanneer. Zodra dezelfde machine voor de derde keer op dat lijstje staat, maak je de rekensom van hierboven met echte getallen. Zo koop je nooit meer iets voor één klus, en blijf je ook niet jarenlang huren wat allang van jou had moeten zijn. En check voor je koopt even of er aan de wand nog een plek vrij is, want een vaste plek aan een gereedschaphouder hoort ook bij bezit.