Leidingen en bedrading vinden voor je boort

Het streepje staat, de boor zit in de machine en dan komt de aarzeling. Achter dat stukje stucwerk kan een stroomdraad zitten, of de aanvoer naar de radiator. Je kunt niet door een muur heen kijken, maar je kunt wel een stuk beter gokken dan willekeurig. Leidingen liggen namelijk zelden op een toevallige plek. Er zit een logica achter, en die logica ken je binnen vijf minuten.
De zones waarin leidingen horen te lopen
Installateurs werken met vaste stroken waarbinnen leidingen in de wand worden weggewerkt. Grofweg gaat het om een horizontale zone van ongeveer 15 tot 45 cm onder het plafond en dezelfde strook boven de vloer, plus verticale zones van ongeveer 10 tot 30 cm langs binnenhoeken en langs de zijkant van deuren en ramen. Rond een schakelaar of stopcontact reken je op een strook van een centimeter of vijftien breed, recht omhoog of recht omlaag. Boor je buiten die zones, dan is de kans op een leiding een stuk kleiner. Let op: dit zijn afspraken, geen natuurwetten. In een woning waar nooit iemand heeft afgeweken kloppen ze, en die woning bestaat niet altijd.
Recht en niet diagonaal
Een leiding in de wand hoort horizontaal of verticaal te lopen, nooit schuin. Dat is precies waarom die zones werken: als je weet waar iets begint en waar het eindigt, weet je ook waar het tussendoor loopt. Trek daarom in gedachten een verticale lijn boven en onder elk stopcontact, elke schakelaar en elk wandlichtpunt, en een horizontale lijn tussen twee punten op dezelfde hoogte. Diagonaal weggewerkte kabels bestaan wel, en dat zijn nu net de kabels die geraakt worden. Ze zitten meestal in doe het zelf werk uit een verbouwing, waar iemand de kortste weg naar het volgende doosje heeft gehakt.
Wat de meterkast en oude foto's je vertellen
De meterkast zegt meer dan je denkt. Zet een groep uit, kijk welke stopcontacten en lampen uitvallen en je weet welke punten bij elkaar horen en dus onderling verbonden zijn. Zit de badkamer op dezelfde groep als de gang, dan loopt er ergens een kabel tussen die twee ruimtes. Nog waardevoller zijn foto's van voor het stucwerk. Steeds meer mensen fotograferen hun wanden tijdens een verbouwing, en dat ene kiekje uit de bouwapp of de telefoon van de vorige eigenaar bespaart je een gat. Ga je zelf verbouwen: fotografeer elke wand voor de stukadoor komt, met een meetlint in beeld voor de maatvoering.
Wat een detector wel en niet ziet
Een leidingzoeker vindt metaal en spanningvoerende kabels, en dat is nuttig, maar de beperkingen zijn groot. Kunststof waterleidingen zonder metaal ziet hij niet. Een kabel die spanningsloos is, ziet hij vaak ook niet, dus zet de groep juist aan tijdens het meten. Vocht in de wand, wapening in beton en een dikke laag stucwerk geven vals alarm of juist niets. Gebruik hem dus als extra controle, niet als bewijs. Meet in twee richtingen over hetzelfde vlak, markeer alles wat piept en boor daar niet.
De plekken waar de regel niet is gevolgd
Wees extra voorzichtig in keukens en badkamers, waar leidingen op onlogische hoogtes lopen vanwege apparatuur, rond een aanbouw of dakkapel waar later is aangesloten, en onder een raam waar de radiatorleiding uit de vloer omhoog komt. Ook onder een cv-ketel en rond de plek waar vloerverwarming de wand ingaat blijf je liever weg. Hang je een rij gereedschaphouders, kies dan een hoogte die tussen de zones in valt, bijvoorbeeld ergens tussen borsthoogte en ooghoogte, dan zit je meestal ruim uit de buurt van beide horizontale stroken.
Nog een gewoonte die weinig kost: boor het eerste centimetertje met de klopfunctie uit en op lage snelheid. Voel je iets zachts of hoor je iets anders dan steen, dan stop je met een schrammetje in plaats van een lekkage.