Wanneer is je accu echt op: drie tests die je zelf doet

Een accu die tegenvalt is nog geen versleten accu. Vieze contacten, een koude ochtend of een machine die zwaarder loopt dan vroeger geven precies hetzelfde gevoel. Voordat je geld uitgeeft, wil je dus iets meetbaars in handen hebben in plaats van een indruk. Drie tests met je eigen gereedschap brengen je daar, en samen leveren ze een beslisregel op.
Test 1: dezelfde klus, dezelfde klok
Kies één machine en één taak die je kunt herhalen. Schroeven van 5 bij 60 in vuren, of een vast aantal zaagsnedes in dezelfde plaat. Laad de accu vol, laat hem op kamertemperatuur komen en tel hoeveel je haalt tot de machine er echt mee stopt. Doe daarna precies hetzelfde met een accu waarvan je zeker weet dat hij gezond is.
Het verschil tussen die twee is je meetwaarde. Haalt de verdachte accu nog ongeveer driekwart van de gezonde, dan heb je een accu die voor licht werk prima meekan. Zit hij onder de helft, dan is vervangen goed te verdedigen, zeker als je hem voor zwaar werk gebruikt. Voer de test uit op een dag met normale temperatuur, want in de kou meet je vooral het weer.
Test 2: gedrag onder belasting
Capaciteit is het ene, vermogen is het andere. Cellen die versleten zijn hebben een hogere inwendige weerstand, en daardoor zakt de spanning onder een zware belasting zo ver in dat de beveiliging ingrijpt. Het beeld is herkenbaar: de meter staat nog vol, en toch valt de machine stil zodra je een gatenzaag of een grote houtboor aanzet. Na een minuutje rust doet hij het weer even.
Test dit met de zwaarste machine die je op dat platform hebt en let op wat er gebeurt bij het aanzetten en bij het vastlopen in het materiaal. Een accu die bij schroeven en boren netjes doorwerkt maar onder belasting steeds terugvalt, is aan het einde van zijn nut voor zwaar werk. Voor een schroefmachine kan hij nog jaren mee.
Test 3: laadgedrag
De lader vertelt je ook iets, als je oplet. Drie signalen tellen mee. Ten eerste: hij is verdacht snel vol, want er past minder in dan vroeger. Ten tweede: hij wordt tijdens het laden merkbaar warmer dan de andere accu's uit dezelfde set. Ten derde: hij staat na een week stilstaan opvallend lager dan de rest.
Dat derde punt test je door twee accu's vol te laden, ze naast elkaar weg te leggen en er een week later met de meter naar te kijken. Zet ze dan wel op vergelijkbare plekken, want een accu op een warme plank verliest sneller lading dan een die koel ligt. Een rij accuhouders op dezelfde wand is daar handig voor, al is een plank naast elkaar ook prima.
De beslisregel
Leg de drie uitslagen naast elkaar. Vallen er twee negatief uit, dan is de accu op en heeft doorzoeken geen zin. Valt er maar één negatief uit, dan pak je eerst de goedkope oorzaken aan: contacten schoonmaken, de accu echt op temperatuur laten komen, en de machine controleren op een botte boor of een aandrijving die zwaar loopt. Doe daarna test 1 nog een keer.
Komen alle drie de tests goed uit en heb je nog steeds te weinig looptijd, dan heb je geen versleten accu maar een te kleine accu voor het werk dat je ermee doet. Dat is een aankoopvraag en geen slijtagevraag.
Schrijf tot slot de maand van aanschaf met watervaste stift op elke accu, op een vlak zonder ventilatiesleuven, en zet het resultaat van test 1 erbij. De volgende keer dat er een tegenvalt, hoef je niet meer op je gevoel af te gaan; dan heb je een vorige meting om mee te vergelijken.