← Terug naar blog Klustips · 3 min leestijd

Proefboren: wat het boorgruis over je muur vertelt

Headerkaart met de titel: Proefboren: wat het boorgruis over je muur vertelt

De houder ligt op de werkbank, de schroeven ernaast, en dan sta je met de boormachine voor een wand waarvan je eigenlijk niet weet wat erin zit. Geverfd stucwerk ziet er overal hetzelfde uit. Toch bepaalt juist die laag eronder of je bevestiging jaren blijft zitten of over een half jaar begint te zakken. De stap die daarom vooraf gaat aan het kiezen van een plug is simpel: uitzoeken waar je in boort.

Klop eerst, dat kost geen enkel gat

Tik met je knokkel over de wand, van boven naar beneden en van links naar rechts. Een massieve muur klinkt kort en dof, je hoort vooral je eigen knokkel. Een gipsplaat of voorzetwand klinkt hol en galmt na. Loop de hele wand af en let op waar het holle geluid ineens verandert, want daar zit een stijl of een balk. Voel ook met je hand: een buitenmuur is meestal duidelijk kouder dan een binnenwand. En onthoud dat boven een stopcontact of schakelaar vrijwel altijd een leiding recht omhoog loopt. Kloppen mag daar, boren niet.

Het proefgat op een plek waar niemand kijkt

Pak een dunne steenboor van 4 of 5 mm en zoek een plek die straks achter de houder, achter een plint of onder de rand van een kast verdwijnt. Zet de klopstand uit en boor rustig met weinig druk. Je wil hier niet snel doorheen, je wil voelen wat er gebeurt. Twee centimeter is genoeg om alles te weten. Houd de machine recht en laat de boor het werk doen, want zodra je erop gaat leunen voel je het verschil tussen hard en zacht materiaal niet meer.

De kleur en de korrel van het gruis

Wat er uit het gat komt, vertelt het meeste. Vang het op met een stuk papier onder het gat of veeg het van de wand en wrijf het tussen je vingers.

  • Wit en heel fijn, bijna poederachtig, en de boor gaat er moeiteloos in: gipsplaat. Na ongeveer een centimeter valt de weerstand volledig weg.
  • Wit en korrelig, met lichte kruimels erbij: gasbeton of kalkzandsteen. Kalkzandsteen voelt onder de boor duidelijk harder aan dan gasbeton.
  • Rood of oranje, met scherpe korrels: baksteen.
  • Grijs met glimmende korreltjes, en een boor die nauwelijks vordert zonder klopstand: beton.
  • Eerst een dun wit laagje en daarna pas de echte kleur: dat witte laagje is stuc. Reken die laag niet mee als houdend materiaal.

Wat je in het eerste centimetertje voelt

De weerstand zegt net zoveel als het gruis. Blijft de boor gelijkmatig vreten, dan zit je in massief materiaal. Schiet hij ineens door en draait hij daarna vrij rond, dan zit er een holte achter: een spouw, een holle baksteen of de ruimte achter een voorzetwand. Voel je eerst hard, dan niets, dan weer hard, dan boor je door een plaat heen. Springt de boor weg en trilt hij zonder te vorderen, dan zit je op grind in beton of op een harde steen in een voeg. Verplaats je gat dan een paar centimeter in plaats van harder te duwen, want harder duwen maakt het gat alleen ruimer dan de plug lief is.

Schrijf op wat je gevonden hebt

Een proefgat doe je liefst maar een keer per wand. Zet met potlood op de achterkant van de houder of op de binnenkant van een kastdeurtje wat je hebt aangetroffen, of maak een notitie per ruimte in je telefoon. In de meeste huizen zijn de binnenwanden per verdieping van hetzelfde materiaal gemaakt, dus wat je in de slaapkamer vindt, klopt vaak ook in de kamer ernaast. De volgende keer pak je meteen de goede boor en de goede plug, en dat scheelt zowel gaten als tijd.

Weet je eenmaal wat je muur is, dan wordt het ophangen zelf het makkelijkste deel. De meeste gereedschaphouders zitten met twee schroeven vast, dus twee gaten die kloppen zijn genoeg. Boor die twee dan ook in dezelfde ondergrond en niet net een gat in de stuclaag boven een voeg.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →