Schroef draait door: zo krijg je het gat weer vast

Je draait een schroef aan en er gebeurt niets. Hij blijft rondlopen, of hij trekt wel aan maar komt er bij de eerste belasting weer uit. Meestal is de schroef niet het probleem, maar het gat eromheen. En omdat dat gat vaak precies op de goede plek zit, in een scharnier bijvoorbeeld of in iets dat al uitgelijnd hangt, wil je het daar repareren en niet een eind verderop opnieuw beginnen.
Kijk eerst wat er stuk is
Haal de schroef eruit en voel met een dun boortje of een spijker in het gat. In hout komen er vaak fijne vezels mee: de schroefdraad heeft het hout uitgesleten en er is niets meer om in te grijpen. In steen komt er meestal een verkreukelde plug uit, of het gat blijkt bij het boren te ruim geworden. In gipsplaat is het gat vaak trechtervormig uitgebroken, met een randje los materiaal eromheen. Elk van die drie vraagt een andere reparatie.
Hout: opvullen met een deuvel en lijm
De reparatie die echt blijft, is nieuw hout in het gat brengen. Boor het versleten gat uit naar een ronde maat, meestal 8 of 10 mm, zodat je schone wanden hebt. Zet houtlijm in het gat en op een deuvel van dezelfde maat, tik de deuvel erin en zaag hem gelijk af. Laat de lijm drogen, minstens een uur en liever een halve dag, en boor daarna gewoon voor op de plek waar de schroef moet komen. Je schroeft dan in massief hout in plaats van in een gat dat al een keer heeft gefaald.
De bekende noodgrepen met tandenstokers, lucifers of een prop houtlijm werken ook, maar alleen voor lichte dingen zoals een kastdeurtje dat je een keer bijstelt. Voor iets dat gewicht draagt houdt het zelden lang.
Steen: een maat groter of een gat zonder speling
In baksteen of beton hangt alles aan de plug, dus de vraag is of het gat nog rond en strak is. Is dat zo, pak dan een plug van een maat groter met de schroefmaat die daarbij hoort, en boor het gat opnieuw op precies die maat zodat de wanden schoon zijn. Blaas of zuig het meel eruit voor je de plug plaatst, anders begin je meteen weer met een halve bevestiging.
Is het gat uitgebroken en niet meer rond, dan helpt een dikkere plug niet, want die krijgt nergens grip. Er zijn dan twee uitwegen. Boor dieper en gebruik een langere plug met een langere schroef, zodat de spreidzone in gaaf materiaal terechtkomt. Of vul het gat met injectiemortel of een chemisch anker en zet daar draadeind of schroef in. De sterkte hangt dan niet meer aan het klemmen van een plug.
Gipsplaat: laat iets anders het dragen
Een uitgebroken gat in gipsplaat krijg je met een gewone plug niet meer vast. Snijd het losse materiaal weg en kies een hollewandplug of een tuimelplug, die zich achter de plaat verankert in plaats van erin. Zit er regelwerk vlak naast, dan is dat bijna altijd de betere keuze: schroef in het hout en accepteer dat je bevestiging een paar centimeter opschuift.
Wanneer je beter verplaatst
Repareren heeft grenzen. Zit het gat vlak bij een rand of een hoek, is het materiaal eromheen al gescheurd, of is dit je derde poging op dezelfde plek, dan is een nieuw gat op een paar centimeter afstand eerlijker werk. Vul het oude gat netjes en werk het af. Vaak kan dat prima zonder dat iemand het ziet: bij een gereedschaphouder met twee schroefgaten mag de hele houder gerust een stukje opschuiven.
Voor je opnieuw vastschroeft, kijk waarom het gat het begaf. Een schroef die te kort was, een plug die niet bij het materiaal paste, meer gewicht dan de bevestiging aankon of een verbinding die stond te trillen. Los je dat niet op, dan sta je over een halfjaar met dezelfde schroef in je hand op dezelfde plek.