← Terug naar blog Klustips · 3 min leestijd

Waarom een tweede schroef meer doet dan je denkt

Headerkaart met de titel: Waarom een tweede schroef meer doet dan je denkt

Je houdt de houder tegen de wand, ziet twee gaten zitten en denkt: met een schroef zit dat vast toch ook wel. Het gaat vaak een tijdje goed, en dan hangt het ding scheef. Dat is geen pech en ook geen kwestie van een te lichte schroef. Een bevestiging met een punt kan nu eenmaal niet anders dan draaien, hoe stevig die ene schroef ook zit.

Een punt is geen bevestiging maar een scharnier

Zolang een voorwerp aan een enkele schroef hangt, is er niets dat het tegenhoudt om om die schroef heen te draaien. Het zwaartepunt gaat vanzelf onder de schroef hangen, en dat is meestal niet de stand waarin je het ophing. Bij elke keer dat je iets pakt of terugzet, kantelt het een klein stukje mee. Dat wrikken maakt het gat groter, want de schroef beweegt heen en weer in het materiaal eromheen. Zo raakt de bevestiging los zonder dat de schroef of de plug ooit echt bezweken is. Een tweede schroef haalt die draaiing er in een keer uit, want twee punten leggen de stand vast.

De afstand tussen de gaten doet het werk

Twee schroeven vlak bij elkaar houden bijna net zo weinig tegen als een. Het is de onderlinge afstand die de draaiing opvangt: hoe verder de punten uit elkaar liggen, hoe kleiner de kracht die elk punt moet leveren om het kantelen te stoppen. Verdubbel je de afstand tussen de gaten, dan halveer je grofweg de kracht op het bovenste punt. Daarom staan de gaten in een houder of beugel ook niet dicht op elkaar. Boor ze dus ook precies zoals ze zitten en probeer niet een gat een paar centimeter te verschuiven omdat het daar makkelijker boren is, want dan haal je het effect eruit.

Twee schroeven halveren de belasting niet netjes

Een veelgehoorde gedachte is dat elke schroef de helft van het gewicht draagt. Dat klopt alleen als de last recht naar beneden hangt en de schroeven naast elkaar zitten. Bij een last die uitsteekt, ligt het anders: de bovenste schroef wordt naar buiten getrokken en de onderste wordt juist tegen de wand aan gedrukt. Ze doen dus verschillend werk. Reken je bevestiging daarom niet uit op het gemiddelde maar op het zwaarst belaste punt, en zorg dat de bovenste schroef in minstens even goed materiaal zit als de onderste. Twee gaten in gips waarvan de bovenste net in een naad valt, is nog steeds een zwakke bevestiging.

Wanneer een derde schroef niets meer toevoegt

Er komt een punt waarop extra schroeven vooral extra gaten zijn. Een paar richtlijnen:

  • Twee punten leggen de stand al vast. Een derde helpt alleen als hij de belasting spreidt of als je ondergrond zwak is, zoals gasbeton of gipsplaat.
  • Zit de derde schroef op de lijn tussen de eerste twee, dan verandert er weinig. Buiten die lijn, dus in een driehoek, doet hij wel wat.
  • Bij een lange lat of rail schroef je juist wel om de zoveel centimeter, omdat je daar buiging tegengaat in plaats van draaiing.
  • Meer schroeven maken een zwakke ondergrond niet sterk. Als het materiaal het niet houdt, verdeel dan de last over een plaat of lat en zet die op meer punten vast.

Zo boor je twee gaten die allebei kloppen

Houd het voorwerp op zijn plek, leg er een waterpas op en teken beide gaten in een keer af. Boor daarna het eerste gat, zet de schroef er losjes in, controleer met de waterpas en boor pas dan het tweede. Zo corrigeer je een klein afwijkinkje voordat het vastzit. Draai vervolgens beide schroeven om en om aan, in stappen, zodat het geheel gelijkmatig tegen de wand komt en niet aan een kant klemt. Gereedschaphouders zitten met twee schroeven vast om precies deze reden, dus gebruik ze allebei, ook als de eerste al aardig lijkt te houden.

Klaar om te beginnen? Houders voor Makita, DeWalt, Bosch, Festool en Milwaukee, vanaf €8,99.
Shop houders →